Van de schoonheid en de troost – Dvořáks Requiem

Op moeilijke momenten kan muziek soelaas en verlichting brengen. Laat je in de donkere novembermaand ontroeren door de troostende schoonheid van aangrijpende meesterwerken uit het klassieke repertoire. Ons traditionele troostconcert dit seizoen is het imposante en ontroerende Requiem van Dvořák.

Requiems zijn zelden een dooie boel. Het lijstje meeslepende zettingen van de begrafenismis is dan ook erg lang. De spannendste versies komen – hoe kan het ook anders? – uit de koker van operacomponisten. Het Requiem van Mozart is verreweg het beroemdste, dat van Verdi het meest overrompelende, Berlioz schreef het meest sensationele en Britten het pakkendste.

Maar requiems kunnen ook gewoon bloedmooi zijn. Alsof de muzikale weelde en melodische schoonheid troost bieden voor het veronderstelde verdriet. In die categorie hoort het requiem van Antonín Dvořák thuis. Ook een volbloed operacomponist overigens, al schijnt niemand zich dat nog te herinneren. Diens dodenmis, geschreven voor het Birmingham Festival waar in maart 1884 zijn Stabat Mater in première gegaan was, is beslist een van de mooiste, maar meest veronachtzaamde uit het romantische repertoire.

‘Ik ben ervan overtuigd en hoop’, aldus de componist na voltooiing van de partituur in 1890, ‘dat ik erin geslaagd ben een of meerdere stappen vooruit gezet te hebben na mijn Stabat Mater en andere van mijn grote werken. Ik ben er zelfs zeker van.’

De alomtegenwoordigheid van de dood
Waar het Stabat Mater bestond uit een fraaie reeks muzikale tableaus, die onafhankelijk van elkaar stonden, is het Requiem sterker doordacht. Voor zijn dodenmis bediende Dvořák zich immers
van een klein, chromatisch leidmotief, dat in zijn oren ‘de herinnering aan de dood’ moest voorstellen. Het subtiele motiefje kruipt in elke beweging van zijn grootse werk en is prominent aanwezig op dramatische sleutelmomenten. Net of Dvořák de luisteraar voortdurend wil
herinneren aan de bestaansreden van zijn muziek: de alomtegenwoordigheid van de dood.

Het morbide motiefje is in de Tsjechische muziekliteratuur uitgegroeid tot een vaste waarde. Dvořáks schoonzoon Josef Suk herbruikte het in zijn programmatische symfonie Asrael (geschreven ter nagedachtenis van zijn echtgenote en schoonvader) en ook Bohuslav Martinů gebruikte het om enkele van zijn symfonieën een religieuze significantie te verlenen.

In de handen van het Antwerp Symphony Orchestra onder leiding van eredirigent Philippe Herreweghe, zijn eigen Collegium Vocale Gent en een schare topsolisten kan Dvořáks meest ambitieuze symfonische koorcompositie niet anders dan springlevend worden.

Do 11.11.2021 – 20:00
Muziekcentrum De Bijloke, Gent
Vr 12.11.2021 – 20:00
Koningin Elisabethzaal, Antwerpen

Info & tickets >>>

Categorieën:Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s