Een Requiem met een menselijk gelaat

Ein deutsches Requiem van Johannes Brahms behoort – net als Mozarts Requiem, de passies van Bach of Händels Messiah – tot de topstukken van de Europese muziek voor solisten, koor en orkest. Al vanaf de uitvoering in Bremen 1868 kende het werk een groot succes. Dankzij Brahms’ persoonlijke aanpak op verschillende vlakken neemt deze compositie een bijzondere plaats in de Requiem-geschiedenis in.

In de verklaringen voor de grote waardering voor het werk duikt vaak de originele tekstkeuze op. Requiems bestonden immers al sinds de middeleeuwen. Naast de eenstemmige Gregoriaanse versie kwamen er in de loop van de eeuwen tal van meerstemmige zettingen op de Latijnse tekst van de dodenliturgie bij. Bepaalde theatrale passages, zoals het Dies Irae (dat naar het Laatste Oordeel verwijst), prikkelden de componistenfantasie vaak en leidden tot imposante muzikale uitwerkingen. Zo werd het katholieke Requiem in de negentiende eeuw steeds minder een louter liturgisch werk waarmee men het zielenheil van de overledene wilde afsmeken. Het groeide uit tot een zelfstandige compositie die eerder in de concertzaal dan in de kerk uitgevoerd werd.

Johannes Brahms

Requiem in de volkstaal
In grote delen van Duitsland was er sinds de Reformatie in de vroege zestiende eeuw nog een andere evolutie ingezet. Maarten Luther gebruikte de eigen taal in de kerk en hij pleitte ervoor om bij het afscheid van een overledene de apocalyptische taferelen – en dus de hel en verdoemenis – achterwege te laten. Hij verkoos bezinningsmomenten op basis van passende teksten uit de Lutherse Bijbelvertaling. Brahms sloot zich met zijn Requiem aan bij die traditie, met tal van voorbeelden zoals Heinrich Schütz (Musikalische Exequien) of Johann Sebastian Bach (Actus Tragicus).

Een menselijk requiem
Brahms, die kerkelijk opgevoed was, had al een persoonlijke, kritische houding tegenover het geloof ontwikkeld op het moment dat hij dit werk componeerde. De componist ging dus zelf op zoek naar gepaste Bijbelteksten uit Oude en Nieuwe Testament voor zijn Requiem. Omdat hij religieuze dogma’s zoals de verlossende kruisdood van Christus of de ultieme rechtspraak over goed en kwaad bij het Laatste Oordeel helemaal achterwege liet, werd hem nog voor de creatie aangemaand om aanpassingen te doen. Brahms’ teksten bieden de mogelijkheid om te mediteren over vergankelijkheid, over verdriet en troost. Zelf verklaarde hij trouwens ooit dat hij de titel ‘een menselijk requiem’ beter geschikt zou hebben gevonden.
Net dat Brahms in zijn tekstkeuze geen dogmatische geloofsprincipes vooropstelt, maakt dit werk ook vandaag nog zo geschikt om, los van een dodenliturgie of een gewijde ruimte als uitvoeringsplek, stil te staan bij de eindigheid van het bestaan of bij het verlies van geliefden. Ein deutsches Requiem biedt troost en kijkt hoopvol vooruit.

Chef-dirigent Elim Chan leidt het Collegium Vocale Gent tijdens Ein deutsches Requiem

Muzikaal vakmanschap
Naast de originele tekstkeuze en verbreding van het Requiembegrip is ook de muziektaal in dit werk van een bijzondere kwaliteit en originaliteit. Brahms’ muziek is geworteld in een lange traditie. Vakmanschap combineert hij vanaf zijn eerste composities met creatief vuur en met een eigentijdse artistieke visie. Bij de muziekliefhebbers onder zijn tijdgenoten drong dat pas goed door nadat Brahms bij zijn beroemde tijdgenoot Robert Schumann was gaan aankloppen. Schumann was meteen onder de indruk van de composities en het pianospel van zijn gast. Hij gaf de toen 20-jarige Johannes Brahms een flinke duw in de rug door in 1853 in het belangrijke Neue Zeitschrift für Musik het profetische artikel Neue Bahnen te publiceren, over het muzikale talent van Brahms en de kwaliteit van zijn muziek. “Wanneer hij zijn toverstaf zal wenden naar waar de massa’s in het koor en het orkest hem hun krachten verlenen, dan staan ons nog wonderbaarlijke inzichten in de geheimen van het spirituele te wachten,” schreef Schumann. Kort daarna componeerde Brahms drie bewegingen voor pianoduet, waarvan er één het eerste zaadje van Ein deutsches Requiem zou worden.

Het zou nog 15 jaar duren vooraleer het werk in een zesdelige versie klaar was om opgevoerd te worden in de Dom van Bremen. Pas na die eerste opvoering werd er nog een zevende deel toegevoegd. Vier delen refereren met een fugatisch einde aan Brahms’ grondige kennis van de ‘oude muziek’. Zijn huisbibliotheek bevatte tal van uitgaven of zelf  getranscribeerde partituren met muziek van Bach, Händel, Schütz, Lassus, Palestrina en Gabrieli. Tot twee keer toe zorgt hij in Ein deutsches Requiem voor een fuga-finale, waarmee hij gesteund door een eigentijdse orkestratie en harmonisatie een hemelse climax opbouwt. Een andere keer zorgen de oude technieken voor sereniteit en ingetogenheid. Tot slot ligt de grondige kennis van de polyfonie ook aan de basis van zijn compositorisch handelsmerk: een stijl waarin iedere maat van het muziekstuk organisch en logisch met elkaar verbonden is. Door veelvuldige subtiele variaties wordt het uitgangsmateriaal telkens opnieuw gewikt en gewogen. Bovendien creëert Brahms met terugkerende motieven – vaak op Lutherse koralen geïnspireerd – voor een sterk overkoepelend geheel. En vanuit zijn grote ervaring met koormuziek – onder meer als dirigent van de Weense Singakademie – en als liedcomponist, komt daar nog een uitstekend gevoel voor tekstplaatsing en tekstexpressie bovenop. Het resultaat is die weergaloze requiemmis met een menselijk gelaat. TE

Ein deutsches Requiem

11.11.2022 – 20:00
Muziekcentrum De Bijloke, Gent
12.11.2022 — 20:00
Koningin Elisabethzaal, Antwerpen

Info & tickets >>>

Categorieën:Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s