Oorlogsvliegtuigen of ongebreidelde fantasie? – Op zoek naar de bron voor het Concerto voor twee piano’s en orkest van Martinů

Steeds weer komt het over als een traktatie op een extra snoepje in een al overvloedig menu. We hebben het over het moment, vaak midden in het concertprogramma, dat het concerto gepland staat. Bohuslav Martinů had nood aan een uitbundiger feestmaal en haalde er een tweede pianist bij voor zijn dubbelconcerto uit 1943. Waar haalde de eigenzinnige Tsjechische componist de mosterd voor dit curieuze genre?

Met het soloconcerto komt er al een aardige dynamiek op gang met het rijke palet van het symfonieorkest en elke componist gaat daar op zijn manier mee om. Rachmaninov laat piano en orkest samen aanzwellen tot een unieke climax. Bij Mozart overheerst een speelse dialoog. Prokofjev varieert dan weer van pittige pingpong tussen de partners tot een vurige krachtmeting. Al die schakeringen in muzikale samenwerking vinden we in het dubbelconcerto in veelvoud terug. Als je het concerto zou vergelijken met een geraffineerd duel tussen orkest en solist, mag het orkest in het dubbelconcerto nu een duo strijdvaardige solisten trotseren. Het aantal relaties tussen de spelers kan danig exploderen. De solisten kunnen samen of apart verrassende allianties aangaan. Vergelijk het met een pittig gesprek met drie partners waar de dynamiek voortdurend kantelt tussen dominante en onderdanige stemmen.
Ook het dubbelconcerto bedient zich van een virtuoze waaier aan retorische figuren: korte replieken tegenover een lange monoloog of wisselen tussen de rol van attente begeleider en die van haantje de voorste. Solisten kunnen als een team presteren, maar evengoed kan een van hen een bondgenootschap smeden met het hele orkest of zoekt die een handlanger bij de orkestsolisten. De concurrentie om wie nu figuurlijk de eerste viool mag spelen brandt in alle hevigheid los.

Katia & Marielle Labèque brengen op 29 januari het Dubbelconcerto van Martinů

Vreemde eend
In het concertante repertoire met symfonieorkest zijn de dubbelconcerto’s de vreemde eendjes. Ga eens luisteren naar de twee piano’s in het dubbelconcerto van Francis Poulenc: ze spuwen een spervuur aan snelle loopjes richting orkest. Misschien inspireerde hij zich op het galante voorbeeld van Mozart. Voor zijn dubbelconcerto had die zijn zus Nannerl en zichzelf achter de klavieren in gedachte. De twee solisten lanceren elkaar de ene na de andere sierlijke zin toe of ze versterken elkaar in loopjes met bevallige tertsen. In recente voorbeelden vertrekt het initiatief van de uitvoerders. De zussen Labèque die straks met het Antwerp Symphony Orchestra aantreden doen hun best om het genre levend te houden met de première van Four Movements for Two Pianos van Philipp Glass in 2008 of het extraverte vuurwerkstuk Nazareno van de Argentijn Osvaldo Golijov, ook voor pianoduo en orkest.
Hoe zeldzaam het dubbelconcerto nu is, zo gewoon was het in de late barok. Corelli vanuit Rome en Vivaldi in Venetië legden de basis voor het concerto grosso waar een scala aan solo-instrumenten kon toegevoegd worden. Deze muziek drijft steeds op de contrastwerking tussen het kleine solistische en het grote ensemble. De succesformule vindt ingang in het Noorden en de meest diverse instrumenten passeren de revue. Telemann bedacht er een waar blokfluit en viola da gamba afwisselend verstrengelen en zich tegen elkaar afzetten. Johann Sebastian Bach kon het niet laten om zijn stempel te drukken op de bestaande voorbeelden en schreef verschillende concerto’s voor twee, drie en zelfs vier klavecimbels. Hoe meer grandeur hoe liever bij sommige evenementen, ook in openlucht tijdens de prestigieuze jaarmarkten in Leipzig.

Feestelijke sfeer
Maar hoe vindingrijk die combinaties ook waren, steeds ademen die dubbel- of tripelconcerto’s een feestelijke sfeer uit. Ze staan geprogrammeerd op een gelegenheid waar je kan uitpakken met een mooie line-up van solisten, tegelijk een manier om het talent in de orkestrangen in de verf te zetten. Mozart kwam niet lukraak op de proppen met een concerto voor hoorn, klarinet, fagot en hobo. Het concerto met vier solisten was op maat geschreven van vrienden uit het spectaculaire orkest dat hij in Mannheim had gehoord.

Bohuslav Martinů

Enorme catalogus
Het barokke concerto raakte uit de mode maar bleef hier en daar vervellen tot fameuze meesterwerken. Brahms liet ons een majestueus dubbelconcerto na waarbij hij zich wellicht inspireerde op het merkwaardige tripelconcerto dat Beethoven had geschreven.
Een blik op de enorme catalogus van Martinů leert meteen dat hij een voorliefde had voor ongewone genres. Terwijl de meeste componisten dankbaar gebruikmaken van een beproefde mal als een symfonie of concerto, doet hij niets liever dan te morrelen aan de grote voorbeelden. Zijn ongebreidelde fantasie had er nood aan om zich steeds te enten op andere bezettingen of nieuw bedachte vormen. Met dezelfde gretigheid combineerde hij diverse instrumenten in kamermuziek of bedacht hybride titels als Drie madrigalen voor viool en altviool.
Opvallend is de enorme output van Martinů in de concertante muziek. Met veertig concerto’s in allerlei maten en vormen leverde hij een bijdrage die sinds Mozart ongezien was. Een concertino voor pianotrio en orkest, een Tsjechische Rhapsodie voor viool, piano en orkest: hij bleef de vormschema’s testen op hun elasticiteit. Concertante techniek uit de achttiende eeuw was dikwijls zijn uitgangspunt vanaf de jaren dertig. Titels verwijzen vaak naar naar barokke voorbeelden, zoals zijn Concerto Grosso of een Sonata da camera voor cello en orkest. De schalkse lichtheid die typisch is in zoveel muziek van Martinů sluit erbij aan.

In 1938 was Martinů fel onder de indruk van het concerto voor twee piano’s en slagwerk van Bela Bartók dat hij in Londen hoorde. Hij schrijft het jaar erna zijn Dubbelconcerto voor 2 strijkorkesten, piano en pauken. Het dubbelconcerto dat de zussen Labèque vertolken, ontstond in de Verenigde Staten. Daar kon het echtpaar Martinů ontkomen aan de nazivervolging na een lange periode van omzwervingen in Europa. De compositie kwam er nadat hij de zomer spendeerde in Tanglewood: een unieke broedplaats waar Europese en Amerikaanse avant-garde elkaar vonden. Martinů en Aaron Copland waren de compositieleraars. Op dezelfde zomerstage werden jonge dirigenten opgeleid door Sergey Koussevitsky en de twintigjarige Leonard Bernstein.

Koortsachtig tempo
Martinů moet aan koortsachtig tempo gewerkt hebben. Als je de partituur bekijkt, met de razende chromatische loopjes en de wervelende toccatastijl als strijdmiddel tussen de twee solisten in het eerste en derde deel, kom je aan een gigantische hoeveelheid noten. De muzikale handtekening die Martinů typeert, komt ook hier aldoor terug: de alomtegenwoordige breeknoten geven tegelijk een gevoel van urgentie en een speelse hoekigheid. De virtuositeit is geïnspireerd door de opdrachtgevers: het beroemde duo van Pierre Luboschutz en Genia Nemenoff, een koppel pianisten dat in de Verenigde Staten een levenslange carrière uitbouwde. Tussen die extraverte hoekdelen brengt het rustige middendeel de broodnodige soberheid. De aanhoudende ritmische vitaliteit maakt plaats voor een lange cantilene. Dat Martinů erin slaagde om dit forse werk op een maand af te werken, is een krachttoer. Misschien was zijn componeerdrift een manier om zich af te reageren op het slechte nieuws dat hem als balling bereikte. In zijn briefwisseling in dezelfde periode is de componist al even onstuimig als in zijn noten. Nieuws over de gruweldaden sijpelde door in zijn muziek. Vlak na het dubbelconcerto componeert hij het Memorial to Lidice, een treurzang op een recente slachting in een Tsjechisch dorp. Maar ook bij de première van het dubbelconcerto werd de link gelegd met de actualiteit. De commentatoren zagen een vergelijking tussen de spectaculaire manier waarop Martinů zou ontsnapt zijn aan de nazi’s en de schriftuur voor de twee piano’s. In de opgewonden finale lijken de capriolen van de pianisten op twee duellerende oorlogsvliegtuigen, schreef een recensent. Allemaal uit de lucht gegrepen, die referenties naar mijn privéleven, vond Martinů. VR

29.01.2022 – 15:00
Koningin Elisabethzaal, Antwerpen

Info & tickets >>>

Categorieën:Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s