Echt geloven wat je speelt – Interview met pianiste Anna Vinnitskaja

De Russische Anna Vinnitskaja won de Koningin Elisabethwedstrijd voor piano in 2007 en wordt ondertussen door de allergrootste orkesten en dirigenten uitgenodigd. In januari komt ze naar Antwerp Symphony voor enkele concerten in het kader van het tweede Elisabeth-weekend. In ons land zijn er namelijk drie belangrijke muziekinstellingen die verbonden zijn door de naam van koningin Elisabeth. Naast Antwerp Symphony als residentie-orkest van de Koningin Elisabethzaal is er ook de internationale muziekwedstrijd en de muziekkapel waar Anna Vinnitskaja ter voorbereiding van haar wedstrijdfinale een week verbleef.

Welke herinneringen heb je aan die week in mei 2007 in de Muziekkapel in Waterloo?
“Het was een heerlijke periode. Ik had veel tijd om te oefenen en om te wandelen. En gelukkig zaten we dat jaar met heel fijne collega’s samen. Er zijn echte vriendschappen uit ontstaan. We deden kaartspellen, hebben veel plezier gemaakt en voerden er boeiende gesprekken. Het eten was er trouwens super lekker. Toen ik er enkele jaren geleden nog eens terugkeerde, herkende ik het gebouw nog maar nauwelijks omdat het ondertussen helemaal gerenoveerd is. Ik vond dat uit
pure nostalgie wel jammer, maar uiteraard is die renovatie voor de studenten die er nu verblijven wel een goede zaak.”

Foto: Marco Borggreve

Wat vond je van het feit dat je zonder internet, zonder contacten met je pianoleraar of hulp van buitenaf, een plichtwerk moest instuderen? Heb je daar iets uit geleerd voor je verdere carrière?
“Ik denk dat het ontzettend belangrijk is dat de wedstrijdjury kan inschatten wat jonge musici op zo’n week zelf kunnen realiseren, zonder dat ze hun vertrouwelingen of leraar kunnen inschakelen. Dat moet je in je carrière uiteindelijk ook allemaal voor mekaar krijgen. Vandaag lijkt het me nog belangrijker dat je ook even los kan komen van internet en alle digitale mogelijkheden, en dat je gewoon met je collega’s communiceert. Het echt menselijke contact en het uitwisselen van ideeën onder elkaar, dat blijft toch ontzettend belangrijk.”

Wat is voor jou het belangrijkste dat je na je overwinning in Brussel geleerd hebt, om uiteindelijk die schitterende carrière te kunnen uitbouwen als concertpianist?
“Na die leuke week in de Muziekkapel en het ongeloof dat ik de wedstrijd had gewonnen, kwam er plots veel druk op mij. Ik kreeg tal van aanbiedingen en speelde heel veel concerten op korte tijd. Ik had al snel door dat het me versmachtte. Het gevolg was dat ik mezelf niet meer kon uitdrukken in muziek. En daarom voelde ik me slecht. Ik heb dus vooral geleerd dat 50 tot 55 concerten per jaar spelen, voor mij het absolute maximum is. Ik wil op mijn oude dag niet terugblikken met de vraag:
‘Waar ben ik eigenlijk al die tijd mee bezig geweest?’ Een goede balans tussen een fijn gezin, iets overdragen aan studenten en me als musicus blijven ontwikkelen, dat is voor mij essentieel.”

Foto: Marco Borggreve

In de Muziekkapel in Waterloo en in AMUZ in Antwerpen speel je met musici van Antwerp Symphony het Klavierkwintet in f klein van Johannes Brahms. Welke plek krijgt de kamermuziek toebedeeld in je concertagenda?
“Ik hou enorm van kamermuziek omdat je ook zoveel terugkrijgt van je medemusici. Omdat ik me telkens zeer goed wil voorbereiden, doe ik niet meer dan 4 kamermuziekprojecten per jaar. Van Brahms heb ik al heel veel repertoire gespeeld, maar dit prachtige kwintet nog nooit. Ik ben enorm gefascineerd geraakt door het genre pianokwintet via de muziek van Sjostakovitsj en Weinberg en daarom mocht dit standaardwerk van Brahms niet langer ontbreken. Tijdens de lockdown heb ik het grondig kunnen instuderen. Iedere beweging vertelt iets bijzonders en het tweede deel vind ik een van de mooiste uit de hele kamermuziekliteratuur.”

Welke herinneringen hou je verder over aan de lockdown?
“Ik heb niet zoveel streaming gedaan, alleen vanuit de concertzaal bij enkele orkesten die me uitgenodigd hadden. Ik heb erg genoten van de extra tijd om bij mijn familie te zijn. En het was heerlijk om naar mijn boekenrek te kunnen stappen en repertoire te kunnen kiezen waar ik op
dat moment zin in had om het te spelen. Ik heb veel muziek gewoon voor het plezier doorgenomen, zonder de dwang dat het tot in de perfectie afgewerkt moest worden. En uiteraard heb ik ook nieuw repertoire ingestudeerd om me verder te ontwikkelen zoals het Brahmskwintet en Rachmaninovs Eerste pianoconcerto.”

Dat werk dat veel minder vaak gespeeld wordt dan de opvolgers ervan speel je met het Antwerp Symphony Orchestra. Wat zijn de kwaliteiten van dit concerto?
“Het is het meest romantische en jeugdige concerto van Rachmaninov, met invloeden van Grieg, Liszt en Debussy. Het is muziek die mij alvast vleugels geeft. Daarom vind ik dat het uitstekend
past in de huidige moeilijke tijden die we doormaken. Volgend concertseizoen wil ik trouwens alle concerto’s van Rachmaninov spelen. Zijn muziek ligt me na aan het hart en ze voelt zeer vertrouwd.
De frasering, agogiek, melodieën en rubato’s lijken me in zijn muziek altijd zeer natuurlijk. Het is menselijke en organische muziek die me ook telkens weer doet denken aan de Russische natuur.”

Foto: Marco Borggreve

Voel je je ook verbonden met een Russische pianoschool?
“Ik geloof niet dat dat vandaag nog bepalend is. Vele Russische leraars doceren buiten Rusland en ook de studenten gaan nu overal hun licht opsteken. Mijn eerste leraar, Sergei Ossipenko, heeft wel altijd de nadruk gelegd op de zogenaamde zingende stijl van de Neuhaus-school. Maar Heinrich Neuhaus was een pianist van Duitse afkomst die in Rusland doceerde. Wat de speeltechniek, de aanslag, betreft was er bij Ossipenko wel een duidelijke Russische visie die bij jonge pianisten goed werkte. Maar ik ben blij dat ik op mijn achttiende naar Hamburg en Evgeni Koroliov ben getrokken. Hij vertrekt veel meer vanuit de eigen persoonlijkheid van iedere student en helpt om die verder te laten ontwikkelen. Hij probeert mee te gaan op het pad dat de student al heeft uitgekozen.”

Is dat ook de weg die jij met je studenten aan de Hochschule für Musik in Hamburg wil bewandelen?
“Inderdaad. Iedere student moet begeleid worden om zich op een persoonlijke manier te leren uitdrukken. Ik probeer eerst te weten te komen welke ideeën zij al hebben, en daar leer ik overigens ook zelf van. Daarna kan ik enkele mogelijkheden tonen, maar ik wil niets opdringen. Ze moeten vooral een grote zelfstandigheid ontwikkelen. Die zal hen een schok besparen wanneer ze het echte concertleven instappen en hen uiteindelijk ook verder kunnen brengen. Het publiek wil uitvoerders horen die echt menen wat ze spelen. Dat kan alleen als je interpretatie uit jezelf komt.” TE

14 & 16.01.2022
Muziekkapel Koningin Elisabeth, Waterloo
AMUZ, Antwerpen

Info & tickets >>>

Categorieën:Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s