Het Requiem – Mozarts laatste noten

Dat Mozart uitgerekend tijdens de laatste weken van zijn leven – in 1791 – een dodenmis componeerde, blijft tot de verbeelding spreken. Hij had het dat jaar ook nog bijzonder druk. Zijn opera’s Die Zauberflöte en La Clemenza di Tito gingen in première met een bijbehorende reis naar Praag. Hij kreeg de functie assistent-kapelmeester van de Stephansdom in Wenen toebedeeld en schreef zijn Ave Verum Corpus en Klarinetconcerto. Toen hij op 5 december op 35-jarige leeftijd overleed, bleef zijn Requiem echter onvoltooid achter. 

Weinig episodes uit de muziekgeschiedenis spreken zo tot de verbeelding als het verhaal achter Mozarts Requiem.  

Detectiveplot
Weinig episodes uit de muziekgeschiedenis spreken zo tot de verbeelding als het verhaal achter Mozarts Requiem. Een mysterieuze en lucratieve opdracht van graaf Franz von Walsegg, een anonieme tussenpersoon, een onvoltooide partituur, Mozarts weduwe Constanze die het werk probeerde te verzilveren en verschillende componisten die de partituur wilden voltooien. Stof genoeg voor een spannende detectiveroman. Het werk dat we vandaag kennen als het Requiem van Mozart is een afgewerkte partituur die begint met Mozarts eigen compositie en geleidelijk overgaat in de muziek van Franz Xaver Süssmayr. Hij voltooide de compositie nadat Joseph Eybler na een korte, vruchteloze poging de opdracht aan Constanze had teruggegeven. Süssmayr werkte als kopiist voor Mozart en kende de technieken van zijn meester goed. Bovendien had hij een heel gelijkaardig (maar niet identiek) handschrift. Hij baseerde zich op de schetsen en aanwijzingen die Mozart voor het grootste deel van het werk had gemaakt en probeerde het waarheidsgetrouw te voltooien.

Het verhaal achter Mozarts allerlaatste noten is in de loop der eeuwen meerdere keren herschreven en bevat tot op vandaag enkele blinde vlekken. Na de eerste getuigenissen van zijn weduwe en enkele van Mozarts naaste vrienden gingen onderzoekers in de 19e en 20e eeuw steeds dieper graven. Door vergelijkende studies van de verschillende papiersoorten, analyses van het handschrift en onderzoek van de verschillende soorten inkt om de datering van bepaalde passages te bepalen, heeft de musicologische studie van deze compositie veel weg van een forensisch onderzoek of een archeologische opgraving. Ondertussen weten we zo goed als zeker welke onderdelen authentiek zijn en welke passages werden aangevuld na zijn dood. De context roept nog wat meer vragen op.

Voor het geld
Dat Constanze zoveel moeite deed om Mozarts laatste compositie te laten voltooien, heeft waarschijnlijk niet zozeer te maken met de romantische gedachte dat het laatste werk van haar man voltooid moest worden, maar eerder met economische motieven. Met een afgewerkte partituur kon ze de volledige vergoeding van graaf von Walsegg opstrijken én kon ze werk maken van een eerste publieke uitvoering. Mede dankzij de beroemde kunstminnende baron Gottfried van Swieten vond die uitvoering plaats op 2 januari 1793, iets meer dan een jaar na Mozarts overlijden. De opbrengst van 300 dukaten kwam goed van pas voor Constanze en haar twee kinderen, want Mozart had haar achtergelaten in een penibele financiële situatie. Aan het keizerlijke hof kreeg Mozart een basisloon van 200 dukaten per jaar dat hij aanvulde met lesgeven en goedbetaalde optredens, maar hij beheerde zijn geld niet goed en maakte schulden. Het zou uiteindelijk nog een klein jaar duren voordat graaf von Walsegg eindelijk de partituur in handen kreeg en het werk liet uitvoeren ter nagedachtenis van zijn vrouw, wier overlijden begin 1791 de enige echte aanleiding was geweest voor de compositieopdracht.

Of Mozart effectief zijn laatste melodieën gecomponeerd of gedicteerd heeft op het sterfbed weten we niet. In het handschrift zijn geen aanwijzingen voor vreemde schrijfposities of voor de koortsig trillende handen die Mozart in zijn laatste uren geplaagd moeten hebben. Het was ook zeker niet Antonio Salieri die de ganzenveer vasthield, zoals het in de beroemde film Amadeus uit 1984 wordt voorgesteld. Wel weten we dat enkele zangers van de cast van Die Zauberflöte (die op dat moment speelde in Wenen) nog langskwamen en samen met Mozart enkele passages uitprobeerden. Wellicht voerden zij die fragmenten ook uit tijdens een herdenkingsmis enkele dagen na de begrafenis. In zekere zin had Mozart dus wel degelijk zijn eigen requiem gecomponeerd. KC

Concertstream
Vr 07.05.2021 – 20:00
Vanuit de Koningin Elisabethzaal
Info & tickets >>>

Categorieën:Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s