‘Het opnieuw samenspelen moeten we vieren’

Jaap van Zweden is na lange tijd terug in Antwerpen. Nadat hij bij het Antwerp Symphony Orchestra van 2008 tot 2011 chef-dirigent was, nam zijn carrière een hoge internationale vlucht. De als violist opgeleide Jaap van Zweden was als achttienjarige de jongste concertmeester van het Koninklijk Concertgebouworkest. Als opera- en orkestdirigent legde hij al een indrukwekkend parcours af. Kroon op het werk is zijn aanstelling bij de New York Philharmonic sinds 2018.

Hoe kijk je met de bril van nu terug op het chef-dirigentschap in Antwerpen?
Met heel veel vreugde. Het was een hele fijne en vruchtbare tijd. Achteraf gezien viel de aanstelling in Antwerpen samen met een periode waarin mijn carrière zich langzamerhand in het buitenland ontplooide. Ik was in dezelfde periode chef-dirigent bij het Dallas Symphony Orchestra.

Elke chef-dirigent geeft zijn knowhow door aan een orkest. Wat denk je dat het Antwerp Symphony Orchestra achteraf aan jou gehad heeft?
Dat zou je beter aan het orkest zelf vragen. Maar wat ik heel prettig vond, was het schaafwerk. Ik herinner me dat we hard gewerkt hebben om het kleurenpalet van het orkest uit te diepen, vooral in het romantische repertoire en in het bijzonder bij Russische muziek. Een aantal concerten zijn me sterk bijgebleven. Ik heb nu nog een heel goed gevoel bij de Symphonie fantastique van Berlioz die ik in Antwerpen dirigeerde. Achteraf ben ik ook tevreden over verschillende uitvoeringen met symfonieën van Sjostakovitsj. Ik denk dat het virtuoze nog wat onderbelicht was in de tijd voor dat ik kwam. Daar heb ik mijn steentje aan proberen bij te dragen.

Je dirigeert voor het eerst in de nieuwe Koningin Elisabethzaal. Wat heb je al over de zaal gehoord?
Ik heb gehoord dat het een fantastische zaal is. De New York Philharmonic waarvan ik nu chef-dirigent ben, speelde er al en de musici kwamen met positieve verhalen terug. Dit wordt mijn eerste concert in deze Koningin Elisabethzaal.

Net zoals in je Antwerpse periode dirigeer je nu afwisselend op verschillende continenten. In Europa is men doorgaans guller met repetitietijd dan in de Verenigde Staten. Vraagt dat van een dirigent een ander timemanagement?
Het verschil is groot. Of het nu gaat om het orkest in Dallas of dat van New York, in de Verenigde Staten is de druk tijdens de repetities torenhoog. Op twee dagen moet je helemaal klaar zijn voor het concert. Voor hen is dat de gewone gang van zaken, al 175 jaar. Toen ik in Antwerpen werkte, moest ik altijd twee versnellingen terugschakelen in het repetitieproces. Er was een rustigere manier van werken en dat voelt aangenamer aan. Vaak werd er op maandag begonnen, en was er een rustige aanloop richting concerten op donderdag en in het weekend. Nu ik terugkom, beginnen we tot mijn verbazing pas op woensdag te repeteren. Dus ik ben heel benieuwd hoe het orkest nu omgaat met de tijdsdruk en repetitietijd. Deze nieuwe manier lijkt erg op wat ik gewoon ben in New York.

Met Beethoven en Tsjajkovski staat er extraverte muziek op de lessenaar voor de Antwerpse concerten. Is dat de muziek waar je het meest toe aangetrokken bent?
Ik heb onlangs met de Hong Kong Philharmonic de volledige Ring der Nibelungen van Wagner opgenomen. In die 15 of 16 uur muziek zitten ook veel introverte passages. In vergelijking met kamermuziek leent orkestmuziek zich sowieso meer tot het extraverte door het publieke karakter en de grote groep muzikanten. Maar elk zichzelf respecterende orkest moet beschikken over een brede waaier aan kleuren en emoties.

Van je eerdere concerten zijn mij indrukwekkende climaxen bijgebleven. Met het hele orkest naar zo’n muzikaal hoogtepunt toe spelen, is dat steeds zorgvuldig ingestudeerd of kan het ook spontaan ontstaan?
Meestal wordt het opgebouwd vanuit een vooraf bepaald concept. Een orkest moet een harmonica-effect ontwikkelen van ongelofelijk zachte tot enorme luide klanken. Daar hou ik persoonlijk van. Er zit een grote zeggingskracht in de stilte, maar ook in de grote uitbarsting. Als je te veel daartussen in blijft hangen en nooit de extremen durft opzoeken, moet ik denken aan elevator music. Het geluid is netjes onder controle, maar het is eenheidsworst. Daar ben ik altijd heel beducht voor. Als ik een partituur instudeer, probeer ik op te sporen waar de componist zijn stilste en luidste punt heeft voorzien. Het is opzoekwerk voor mij en daarna onderwerp van discussie met het orkest. Want je moet het samen eens worden over waar je naartoe wil en welke hoogtepunten je in de verf wil zetten.

Terwijl in Europa het concertleven al voorzichtig terug mocht opstarten, is er in de VS gekozen om het nog tot de zomer 2021 stil te leggen. Hoe ervaren de New Yorkse muzikanten die lange periode?
De situatie is dramatisch. Samen op het podium zitten: daarvoor leven de mensen die in het orkest zitten. Het is niet alleen een job, maar een manier van leven. Als je dat ontzegd wordt, is het heel makkelijk om gedeprimeerd te raken.

Hoe stel je je het voor, de sfeer op een eerste repetitie na zo’n lange periode van inactiviteit?
We zullen vooral blij zijn dat we terug mogen samenspelen. Ik ga niet meteen als een idioot het orkest trainen tot het uiterste. Eerst maken we tijd om samen te vieren dat we terug mogen spelen. Het zal erg wennen zijn, opnieuw gewoon worden aan een zaal waar het orkest zoveel maanden niet was. En je moet ook hopen dat iedereen intussen zijn kwaliteiten is blijven onderhouden. Het is een enorme opgave om in die lange periode zonder onmiddellijke deadlines in topvorm te blijven als muzikant. Professionele muzikanten hebben een natuurlijke gretigheid om te willen optreden. In tussentijd hebben we te maken met een geduchte tegenstander: we moeten het geduld opbrengen om juist niet op te treden.

Orkesten zijn erg vliegtuigafhankelijk: voor tournees, buitenlandse solisten of dirigenten. Doet deze crisis nadenken over hoe een internationaal orkestenlandschap zich anders kan organiseren?
Ooit komt er een vaccin en dan kan je stap voor stap terug naar het oude regime. Wellicht gaat deze periode ons ook leren om iets minder internationaal te programmeren. Nog meer eigen talent als solist durven voorstellen of actiever op zoek gaan naar dirigenten uit de eigen regio. Ik kan niet voorspellen hoe ver we daarin zullen gaan. Maar het is belangrijk om lessen te trekken uit een crisis en kritisch te zijn: is het artistiek verantwoord om deze artiest in te vliegen, die reis te maken of bestaat er een valabel alternatief dichter bij huis? VR

Categorieën:Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s