Kamermuziek van Amerikaanse makelij

Het langzaam verdwijnen van de oude compositieregels kende in de 20e eeuw een hoogtepunt. Waar de meeste componisten zich nog stevig vasthielden aan de laatste traditionele strohalm van de tonaliteit – het systeem waarbij noten in een baan rond een centrale toon cirkelen –, zochten sommige vrijbuiters zoals John Cage zelfs manieren om muziekinstrumenten overbodig te maken. Evengoed waren er de Barbers en de Fines die zich als 19e-eeuwse romantici staande hielden in het 20e-eeuwse Amerika. Vijf blazers van het Antwerp Symphony Orchestra brengen deze rijke variatie aan Amerikaanse muziek naar AMUZ. Inclusief een zijsprong naar vandaag met werk van Oscar Bettison.

Toegegeven, met de traditionele bezetting van een houtblazerskwintet als uitgangspunt kan je niet echt spreken van een grondige breuk met de vorige eeuwen. 19e-eeuwse namen als Albrechtsberger, Onslow en Reicha deden hun duit in het zakje van de blaaskwintetten. Maar volgens de Amerikaanse componist Elliott Carter, die in 2012 op 103-jarige leeftijd stierf, negeerden zij de eigenheid van elk blaasinstrument en het feit dat deze nooit zo goed ‘blenden’ als vijf strijkinstrumenten. Carter maakte van een nood een deugd en schreef met zijn Kwintet voor houtblazers uit 1948 een jazzy ode aan de vijf botsende timbres. In datzelfde jaar componeerde de verlegen Copland-aanhanger Irving Fine een op romantische leest geschoeide Partita. Met de titel verwijst Fine naar de 17e-eeuwse term voor een vrije verzameling van muziekstukken en de muziek is een vaderlandslievende mix van melancholie, humor, kracht en traditie. Maar verwacht geen afgestofte Brahms: Fine weet perfect hoe hij de valkuilen van de oubolligheid moet ontwijken en doet dat in zijn – door muziekjournalist Norman Lebrecht goed bedachte term – ‘middle style’. Noch saai ouderwets, noch onbegrijpelijk modern.

Gekaapt kwintet
Samuel Barber, voor eeuwig verbonden met zijn Adagio for Strings, is de meest toegewijde postromanticus op het programma. Hij deed een toenaderingspoging tot dodecafonie – een componeerstijl waarin elke toon gelijk wordt behandeld, een soort anarchie in de toonladder – in zijn Piano Sonata uit 1950 voor Vladimir Horowitz, maar raakte in artistieke ademnood zonder de romantische nadruk op melodie. Toen hij in 1954 een opdracht kreeg om een werk voor blaaskwintet te schrijven, zag hij zijn kans schoon om in deze Summer Music, opus 31 lyriek weer op de kaart te zetten. En dat in een tijd waarin John Cage schroeven en andere rommel tussen pianosnaren stak, musici voor 4’33” onbeweeglijk op een podium liet zitten en op televisie – met een indrukwekkende ernst – allerlei huis-, tuin- en keukengeluidjes produceerde (bekijk de verbluffende beelden op YouTube: ‘john cage water walk’). Zijn Music for Wind Instruments is in dat opzicht een braaf jeugdwerkje van een 26-jarige student van Arnold Schönberg, hoewel Cage het niet kan laten om pas in het finale derde deel het voltallige ensemble samen te laten spelen. SP

Zo 09.06.2019 — 15:00
AMUZ, Antwerpen
Aldo Baerten fluit
Benjamin Dieltjens klarinet
Piet Van Bockstal hobo
Oliver Engels fagot
Eliz Erkalp hoorn
Carter Kwintet (voor houtblazers)
Fine Partita (voor houtblazers)
Bettison Nieuw werk voor hobo solo
Cage Music for Wind Instruments
Barber Summer Music

Tickets €17

infotickets

Categorieën:Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s