Ritmes en passie van Buenos Aires tot Europa

Piazzolla Galliano Ginastera.jpg

In het land van de gauchos (Argentijnse cowboys) en de bandoneon ontstaat aan het einde van de 19e eeuw de tango, een nieuwe dans waarin de culturen van nakomelingen van de oorspronkelijke bewoners en de immigranten van de havenstad elkaar vinden. Met een zelfverzekerde houding waaruit hun machismo spreekt, proberen mannen in donkere stegen en bordelen hun vrouwelijke danspartners tot een intieme omhelzing te verleiden. Hun gepassioneerde danspassen, houdingen en gebaren beelden de levensstijl van de compadrito uit, een Don Juan-achtige held, de pimp in de vroegere barrios van Buenos Aires.

Drie componisten hebben er tot op de dag van vandaag voor gezorgd dat die Argentijnse muziek nooit in de kast verstofte en zichzelf altijd is blijven vernieuwen.

1. Astor Piazzolla
(Argentinie, 1921-1992)
Astor Piazzolla brengt zijn jeugd door in New York, maar de tango zit hem in de genen. In het mondaine New York leert hij niet alleen tangomuziek spelen, hij komt er ook in aanraking met jazz en klassieke muziek. Vooral Bach en Rachmaninov inspireren de jonge Astor. In 1935 verhuist Piazzolla naar Buenos Aires waar hij een nieuwe vorm van tangomuziek ontwikkelt. Daarin is de tango niet langer slechts dansmuziek, maar wordt die vermengd met elementen uit de jazz en de klassieke muziek. Die nuevo tango krijgt aanvankelijk flink wat kritiek te verduren van traditionele tangoliefhebbers. Niet dat Piazzolla dat iets uitmaakte: hij zag zijn composities vooral als klassieke (kamer)muziek waarin hij naar hartenlust kon experimenteren. Tegen de jaren ’80 is Piazzolla’s muziek overal populair, ook in zijn thuisland, waar hij vandaag de status van nationale held heeft.

Las cuatro estaciones portenas
Tussen 1965 en 1970 componeert Piazzolla Las cuatro estaciones porteñas, de vier seizoenen van Buenos Aires (porteñas verwijst naar die havenstad). Het stuk is uiteraard een ode aan de overbekende Vier jaargetijden van Antonio Vivaldi. Behalve in de titel schuilt het eerbetoon ook in de klassieke vorm van de delen (snel-langzaam-snel) en in melodische verwijzingen. Ook snelle loopjes, zoals in Winter, doen denken aan de Venetiaanse grootmeester. Piazzolla’s seizoenen zijn een uitstekend voorbeeld van zijn nuevo tango, met hartstochtelijke melodieën, felle tangoritmes, jazzy harmonieën en moderne slagwerkeffecten (zoals in het begin van Lente en Herfst). De oorspronkelijke uitvoeringen bracht Piazzolla met zijn eigen vijfkoppige tango-ensemble, maar in de Koningin Elisabethzaal klinken orkest en accordeon. Voor de solopartij is er op dit moment geen betere vertolker denkbaar dan de Franse topaccordeonist en -bandeonist Richard Galliano.

2. Richard Galliano
(Frankrijk, 1950)
Richard Galliano maakt eerst naam als partner van Franse chansongrootheden als Serge Gainsbourg en Charles Aznavour, waarna hij zich ontwikkelt tot accordeonpionier in de jazzscene. Uiteindelijk creëert hij als componist een kenmerkende eigen stijl: de New Musette, naar het voorbeeld van Piazzolla’s nuevo tango. De Argentijnse componist moedigde Galliano in 1980 zelfs persoonlijk aan om de Franse ‘bal musette’ nieuw leven in te blazen. Galliano’s nieuwe stijl brengt Franse chansons, jazz en klassieke muziek samen. Inmiddels treedt Galliano wereldwijd op met bekende symfonieorkesten, waarmee hij vaak ook eigen werk speelt.

Madreperla
Madreperla (‘parelmoer’) is een nieuw concerto voor bandoneon, accordina, accordeon en orkest. Het is een ode aan drie van Galliano’s grote voorbeelden: het eerste deel is een tango voor Piazzolla, gespeeld op de bandoneon. Daarna volgt een ballade voor Galliano’s goede vriend, onze eigen Toots Thielemans. Galliano speelt hier accordina, een mondharmonica met knoppen als die van een accordeon. Solist en houtblazers spelen afwisselend een droevige jazzy melodie, boven een al even melancholische orkestbegeleiding. Madreperla sluit af met een swingende mazurka in Antilliaanse stijl, opgedragen aan de Franse jazzorganist Eddy Louiss. Net als in het eerste deel houden ook hier strakke ritmes de vaart erin.

3. Alberto Ginastera
(Argentinie, 1916 – Zwitserland, 1983)
In een programma met door de tango beinvloede cross-overs mag ook het werk van Alberto Ginastera niet ontbreken. Ook deze leermeester van Piazzolla liet zich inspireren door zijn thuisland Argentinië.

Estancia
In 1941 schrijft hij het ballet Estancia, waarin we worden meegenomen naar de uitgestrekte pampas, het ‘wilde westen’ van Argentinië. De suite met vier orkestrale dansen uit het ballet biedt een mooie kijk op het landschap van Argentinië. De eerste is een dans van naarstig werkende landarbeiders. In een tweede, langzame en lyrische dans bloeit tussen de korenvelden de liefde op. De derde dans verbeeldt in een telkens verschuivend ritme de stoere gauchos, waarna de suite wordt afgesloten met een wervelende malambo. Met deze typische gauchodans komt Ginastera’s orkestsuite tot een feestelijk einde.

 

Dirigent Wayne Marshall leidt dit feestje in goede banen. De Brit is een bekend vertolker van swingende klassieke muziek als die van Gershwin en Bernstein, en bijzonder goed vertrouwd met andere genres als jazz en broadway. Met een cross-over van tango, jazz en klassiek belooft het een boeiende avond te worden met karakteristieke ritmes en hartstochtelijke klanken. JK

 

Vr 08.02.2019 — 20:00
LAATSTE TICKETS
Koningin Elisabethzaal, Antwerpen
Wayne Marshall
dirigent
Richard Galliano accordeon

Ginastera Estancia (suite)
Galliano Madreperla (voor bandoneon en orkest)
Piazzolla Las cuatro estaciones portenas (versie voor accordeon en orkest)

Tickets vanaf €13

infotickets

Categorieën:Portret, Verdieping

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s