Unieke concertvertelling over de Eerste Wereldoorlog

‘Alle mensen slapen goed die de deur op grendel weten’

Oorlog lijkt een zaak van hels gedruis en tonnen kabaal. Toch werd de ‘Groote Oorlog’ ook op muzikaal vlak uitgevochten. De klank van die strijd blijft doorgalmen tot op de dag van vandaag.

Klaprozen

In Radetzkymars, Joseph Roths magistrale roman over de aftakeling van de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie, wordt het begin van het einde aangekondigd per telegram. Op de avond van 28 juni 1914 is een dansfeest aan de gang in een garnizoensstad ergens aan de grens met Rusland. Lampions wiegelen in de zwoele zomerwind, infanterieofficieren nippen aan lauwe champagne en walsmuziek kringelt in de lucht. Maar dan stormt een dragonder de balzaal binnen met een telegram: volgens geruchten troonopvolger in Sarajevo vermoord. ‘Enkelen hadden niet eens de kleurige flarden van serpentines en de ronde confettisnippers van hun schouders, hals en hoofd verwijderd. En hun belachelijke onderscheidingen versterkten nog de verschrikking van het bericht.’

Via de verwarring die vervolgens uitbreekt, illustreert Roth alle fracties binnen de multietnische Dubbelmonarchie. Luitenant von Trotta, hoofdpersoon van de roman, staat stomdronken tegen de muur en bedenkt bij alle onenigheid dat zijn uit elkaar hakende vaderland klaar is voor de schroothoop. Wanneer twee militaire kapellen even later Chopins treurmars inzetten, zet Roth die conclusie om in muziek. ‘De kapellen speelden namelijk zonder partituur, ze werden niet gedirigeerd maar begeleid door de trage lussen die de zwarte stokjes van de kapelmeesters in de lucht beschreven. Soms bleef een van de kapellen achter, probeerde de andere in te halen en moest een paar maten overslaan.’

Toen de kanonnen werkelijk begonnen te vuren, in augustus 1914, was aan het andere eind van Europa een heel andere mars te horen. In zijn cottage in Essex legde Gustav Holst, in de ban van Indische filosofie en astrologie, de laatste hand aan Mars, the Bringer of War, dat het eerste deel zou worden van de beroemde orkestcyclus The Planets. Van mistroostige chaos, zoals bij Roth, is hier geen sprake. Holst componeert een onbarmhartig strakke mars, met instrumenten die in vierdubbele forte en met militaire precisie een niets ontziende terreur oproepen.

Oorlogspsychose
Wanneer de Eerste Wereldoorlog ter sprake komt, denk je niet meteen aan muziek. Toch was ze er, overal en aanhoudend. Aan, naast en voorbij het slagveld drukten liederen het patriottische engagement van de soldaat uit. Van Le chant du départ over Wacht am Rhein tot It’s a Long Way to Tipperary: populaire songs reflecteerden zowel vaderlandse trots als gevoelens van heimwee en hoop op overwinning. Achter de frontlinie werden liedjesschrijvers aan het werk gezet om elke historische wending of gebeurtenis van passende muziek te voorzien. De optimistische toon van hun werk veranderde al naargelang de oorlog voortschreed en de overwinning onzekerder werd. Ook het pacifistische kamp zette muziek in om zijn boodschap over te dragen: van een temerige song als I Didn’t Raise My Boy to Be a Soldier werden al binnen de eerste acht weken meer dan 700 000 exemplaren verkocht. Tal van componisten waren actief betrokken in het strijdgewoel. Holst werd afgewezen om medische redenen, maar zijn collega Ralph Vaughan Williams werd ingezet als medisch brigadier. Ook Maurice Ravel trok het uniform aan en reed als vrachtwagenchauffeur door pittoreske dorpjes die in stille ruïnes veranderd waren. Aan de andere kant van het strijdtoneel vond Richard Strauss, de belangrijkste componist uit het kamp van de Centrale Mogendheden, dat hij als kunstenaar boven de politiek stond. Terwijl Max Bruch patriottische koorstukken als Heldenfeier schreef, werkte Strauss aan filosofisch gestemde orkestmuziek als Eine Alpensinfonie. In Oostenrijk gokte Arnold Schönberg erop dat ‘de Duitse geest’ weldra Europa zou domineren: de componist viel ten prooi aan wat hij later een ‘oorlogspsychose’ zou noemen. Ook Alban Berg veerde op bij de gedachte dat hij in het leger kon, maar na een maand oefenkamp stortte hij helemaal in. Hun collega Anton Webern schreef dat het moment aangebroken was om de wereld te verpletteren met Duitse muziek: ‘Bent u het niet met mij eens dat deze oorlog geen echte politieke motivaties heeft? Het is een strijd van engelen tegen duivels.’

De eminente musicoloog Glenn Watkins waarschuwt ervoor dat we de Eerste Wereldoorlog niet mogen reduceren tot een politiek-militaire gebeurtenis. ‘Was imperialistische terreinverovering het ultieme doel, of was het meer fundamenteel een zaak van culturele identiteit?’ Zijn studie over muziek en de Eerste Wereldoorlog maakt duidelijk dat er ook een strijd geleverd werd om de verpletterende almacht van Duitse ‘Kultur’ in te dijken. Voor Stravinski, die de oorlog in Zwitserland doorbracht, werd het tijd dat componisten zich afzetten tegen ‘de onhoudbare geest van dit kolossale en zwaarlijvige Germania’. In Frankrijk riep Saint-Saëns een Ligue nationale pour la défense de la musique française in het leven. De Promsconcerten in Londen haalden Duitse muziek van de affiche en de Parijse Académie schrapte componisten als Bruch, Humperdinck en Siegfried Wagner van de erelijst. In Duitsland organiseerde men dan weer zoveel Wagner Abende en Beethovenfestivals dat de Allgemeine Musik-Zeitung zich op een bepaald ogenblik afvroeg of die overdosis Beethoven niet ook een beetje zu viel des Guten was.

Naast muziek is er ook woord. Acteurspaar Vic De Wachter en Gilda De Bal vullen de gespeelde muziek aan met een bloemlezing uit de Vlaamse oorlogsliteratuur.

Brave Little Belgium
Ook in Vlaanderen heeft de Eerste Wereldoorlog culturele wonden geslagen en muzikale sporen nagelaten. De ‘strijd tussen engelen en duivels’ weerhield componisten er niet van om – voor of achter het front, in openbaarheid of in ballingschap – nieuwe muziek te schrijven. ‘Voor sommige componisten zorgden de terugval van het aantal concerten, het wegvallen van opdrachten en de verminderde uitgaansmogelijkheden zelfs voor een grote productiviteit’, schrijft musicoloog Jan Dewilde. Tegelijk stelt hij vast dat ‘in het grootste deel van die tijdens de oorlogsjaren gecomponeerde werken […] van het kanonnengebulder niets te horen [is].’ Een componist als Joseph Ryelandt bijvoorbeeld trok zich terug in een muzikale ivoren toren, en schreef romantische kamermuziekstukken. Slechts één keer liet hij zich verleiden tot een muzikale respons op de oorlog. Het omvangrijke orkestwerk Patria (Hulde aan het vaderland) is een soort symfonisch gedicht waarin zowel religieuze als patriottische motieven verwerkt zijn.

Wellicht de meest productieve Vlaamse componist was Emile Wambach. Hij was bij het uitbreken van de oorlog op vakantie in Knokke en kon dus niet terugkeren naar het door bommen geteisterde Antwerpen, waar hij directeur van het conservatorium was. Wambach en zijn gezin vonden onderdak, eerst in Den Haag en daarna in Londen, waar hij meewerkte aan benefietconcerten en waar hij een heel aantal oorlogsliederen componeerde, vaak op tekst van Henry de Puymaly, maar ook op woorden van de Brusselse auteur Émile Cammaerts. Deze royalist en patriot, die al sinds 1908 in Londen woonde, klaagde met zijn gedichten het lot van ‘Brave Little Belgium’ aan en leverde ook de tekst voor drie oorlogswerken van Edward Elgar: Une voix dans le désert, Carillon en Le drapeau belge.

Ook Lodewijk De Vocht vluchtte vanuit Vlaanderen naar Nederland. Daags nadat hij in Hilversum arriveerde, publiceerde De Gooische Post een interview met hem waarin hij over zijn vlucht vertelt. ‘Duizenden en duizenden stonden opgehoopt om te vertrekken…, er was geen doorkomen aan… De stemming was gedrukt, vele vrouwen weenden, doch hun smart werd overstemd door de smartelijke wanhoopskreten, geplengd in tranen van de kinderen, die tevergeefs naar hun moeder zochten… ’t Was een onafzienbare processie van eindelooze ellende.’ Tijdens zijn ballingschap in Rotterdam verwerkte De Vocht zijn indrukken in het symfonische gedicht In ballingschap, dat hij omschreef als ‘het lied van een gansch volk in ballingschap’.

‘Vanuit hun artistieke perspectief hebben heel wat componisten de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog mee helpen schrijven’, concludeert Jan Dewilde. ‘Zelfs de naweeën ervan hebben ze niet ontzien’. De Symfonische suite van Jef Van Hoof bijvoorbeeld werd geschreven op het einde van 1918 in de gevangenis van de Antwerpse Begijnenstraat, waar hij vastzat wegens zijn aandeel in het activisme van de Vlaamse Beweging. Hoewel de muziek aan het oppervlak speels en vrij is, laat de ondertitel van deze compositie (‘Indrukken, gewaarwordingen en aandoeningen van een gevangene’) geen twijfel bestaan over de achtergrond ervan. En dan zijn er nog de componisten die daadwerkelijk slachtoffer werden van de oorlog. Onder hen tellen we André Devaere, die al in november 1914 ‘in de modder van roodgeverfde bloedgrachten’ het leven liet. Het fraaie, kleine oeuvre van deze vierentwintigjarige Kortrijkzaan roept het bittere verlies op van een talent in wording.

Wanneer de Eerste Wereldoorlog ter sprake komt, denk je niet meteen aan muziek. Toch was ze er, overal en aanhoudend.

p9_GildaVic_10_credit Antwerp Symphony Orchestra & Jesse Willems

Foto: Antwerp Symphony Orchestra & Jesse Willems

Concertvertelling
Het ‘troostconcert’ waarmee het Antwerp Symphony Orchestra samen met dirigent Giancarlo Andretta het einde van de Eerste Wereldoorlog herdenkt, verenigt Vlaamse en internationale meesterwerken uit deze tijd met nieuwe en verrassende composities. Naast aangrijpende orkestmuziek als In ballingschap van De Vocht of de wondermooie Elegie van Lodewijk Mortelmans zijn ook stukken te horen van Richard Strauss en Alban Berg, naast een originele, recent in de archieven van het Antwerpse conservatorium ontdekte orkestratie van Debussy’s oorlogslied door Henry Georges D’Hoedt. Van recenter datum is de Narrazione van Frits Celis, gecomponeerd op het gedicht De Ouders van Anton van Wilderode dat de tragische zoektocht van ouders naar het graf van hun gesneuvelde zonen beschrijft. Ook componist Peter Vermeersch komt aan bod met enkele liederen op gedichten uit Music-Hall, Paul van Ostaijens debuutbundel waarin hij een scherpe analyse maakt van het liederlijke leven achter de frontlinie. ‘Ach alle mensen slapen goed / die de deur op grendel weten’: Van Ostaijens ‘berceuse voor volwassenen’ is het ideale motto voor een uniek concert over de impact van de Eerste Wereldoorlog.

Naast muziek is er ook woord. Acteurspaar Vic De Wachter en Gilda De Bal vullen de gespeelde muziek aan met een bloemlezing uit de Vlaamse oorlogsliteratuur. Terwijl De Wachter stem geeft aan het mannelijke, heroïsche perspectief van dichters als Emile Verhaeren, August Van Cauwelaert of Daan Boens, kruipt De Bal in de huid van de Gentse schrijfster Virginie Loveling, die zich in haar oorlogsdagboeken toont als een scherpzinnig chroniqueur van het leven tijdens de Duitse bezetting. De oude kranige dame speelt zo de hoofdrol in deze ‘concertvertelling’ en vertelt zonder taboes over de verwarring, de conflicten, de maatschappelijke ontwikkelingen, haar doodsangst, haar contacten met de bezetter en niet het minst over haar vrees dat deze oorlog een bijl heeft gezet in de Europese moraal en ethiek. ‘Wij bezitten de vooruitziende begaafdheid niet om onze toekomstige indrukken te voorspellen, we beheerschen ze niet, ze beheerschen ons’, zo schrijft Loveling met onnavolgbare intuïtie en bittere precisie na afloop van de oorlog. ‘En wonderbaar genoeg: de vrede en de persoonlijke zekerheid komen nu voor als het natuurlijkste van de wereld, en ofschoon nog veel te verduren en te ontberen valt, schijnt het bijna, alsof er nooit noch angst noch gevaar had bestaan.’ TJ

Zaterdag 10.11.2018 – 20:00
Koningin Elisabethzaal, Antwerpen
Giancarlo Andretta dirigent
Liesbeth Devos sopraan
Gilda De Bal verteller
Vic De Wachter verteller

Vermeersch Berceuse voor volwassenen
Strauss Eine Alpensinfonie
Van Hoof Symfonische suite nr. 1
Debussy Berceuse héroïque
Berg Drei Bruchstücke aus Wozzeck
Debussy Noël des enfants qui n’ont plus de maisons (orkestratie door Georges D’Hoedt)
WO I - logo_V5Vermeersch Grote Zirkus van de Heilige Geest (uit: Music-Hall)
Gilson Suite à la manière ancienne
Celis Preludio e narrazione
Mortelmans In memoriam (Elegie nr. 1)
Elgar A Voice In The Desert (voor stem, sopraan en orkest)
De Vocht In ballingschap

Tickets vanaf €13

infotickets

Categorieën:Verdieping

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s