Antonín Dvořák en Amerika

De ziel van de reus

‘Amerika triomfeert over materie, maar negeert alle dingen die de geest bekoren’. Na twee maanden rondreizen in de Verenigde Staten had operettekoning Jacques Offenbach zijn oordeel over de Nieuwe Wereld klaar. De componist van burleske cancan en spitse variété vatte in 1877 zijn mening over de Amerikaanse cultuur treffend samen: ‘Het huidige Amerika is als een reus die weliswaar de fysieke perfectie bereikt, maar die ook iets mist: een ziel. En de ziel van een volk is kunst, de uitdrukking van het gedachtegoed in de meest verheffende vorm.’

Dvorak

Tussen de regels van Offenbachs Notes d’un musicien en voyage valt te lezen hoeveel belang de Europese componist hechtte aan het nationalistische karakter van kunst. Uit zijn reisnotities spreekt niet enkel een Europees, romantisch muziekideaal, maar ook een zorg over het gebrek aan professioneel muziekonderwijs in de Verenigde Staten. Daarmee legde Offenbach de vinger op een zere plek: terwijl in Parijs artistieke instituten als het conservatorium of de opera (officieel: Académie Royale de Musique) officiële overheidsinstanties waren, moest de Amerikaanse muziekwereld het zonder staatssteun stellen. ‘Laat privé-initiatief de beschermende rol spelen die regeringen in Europa spelen’, aldus Offenbach.

De New Yorkse pianiste Jeannette Thurber dacht er net zo over. Met het geld van haar gefortuneerde echtgenootkruidenier richtte ze in 1885 het ‘National Conservatory of Music of America’ op. Niet alleen de ronkende titel van deze instelling, ook de baanbrekende opzet ervan was controversieel. Tegen een zacht prijsje liet deze muziekschool alle studenten toe, ongeacht hun afkomst, religie, huidskleur of geslacht. Zelfs studenten met een fysieke beperking werd een plaats op de schoolbanken aangeboden. Thurber had een duidelijk doel voor ogen: ze wilde een autonome, Amerikaanse muziekstijl uit de grond stampen, en keek daarvoor met belangstelling naar Europa, waar diverse vaderlandslievende componisten furore maakten met muziek die vastgeknoopt was aan nationale folklore, taal en geschiedenis. Wellicht de belangrijkste en meest succesvolle onder hen was de Boheemse componist Antonin Dvořák.

Dvořáks succesverhaal – van eenvoudige slagerszoon tot mascotte van artistiek Bohemen – was Thurber niet ontgaan. In 1891 vroeg ze de componist of hij directeur wou worden van haar conservatorium. Dvořák twijfelde, aanvaardde, vertrok en triomfeerde. Niet alleen werd hij onthaald als de ‘redder’ van de Amerikaanse kunstmuziek, hij ondernam ook ernstige pogingen om die rol waar te maken. De componist koesterde alleszins weinig vooroordelen wat betrof achtergrond of huidskleur. Via de jonge zwarte zanger Harry Burleigh maakte hij kennis met de Afro-Amerikaanse spirituals, waarna hij besloot dat deze liederen dezelfde functie konden vervullen als de Boheemse volksmuziek die zijn schrijfstijl stoffeerde. In de New York Times liet de componist een artikel verschijnen onder de ophefmakende titel The Real Value of Negro Melodies, waarin hij zijn ideeën over Amerika’s muzikale toekomst schetste. ‘Ik ben er inmiddels van overtuigd dat de toekomstige muziek van dit land gebouwd moet worden op wat de negermelodieën worden genoemd. Deze muziek moet het echte fundament zijn van elke serieuze en oorspronkelijke compositietraditie die in de Verenigde Staten tot ontwikkeling wil komen’. Dvořák verdedigde de stelling dat alle grote componisten inspiratie vonden in liederen van het volk: ‘Het meest aansprekende scherzo van Beethoven is gebaseerd op wat tegenwoordig beschouwd zou kunnen worden als een deskundig toegepaste negermelodie.’

Door het repertoire aan Afro- Amerikaanse spirituals vervolgens te omschrijven als ‘alles wat nodig is voor een grote en edele muziektraditie’ wist de Boheemse nationalist zijn enthousiasme over te dragen op een jonge componistengeneratie. Zoals John C. Tibbets in zijn studie over Dvořáks Amerikaanse jaren schreef, deed de componist meer dan blanke componisten aansporen om ‘zwarte’ muziek te gebruiken: hij moedigde ook zwarte componisten aan om mee te helpen aan de creatie van een unieke Amerikaanse muziekstijl. Gaandeweg realiseerde Dvořák zich dat ook indianenmelodieën tot het volksmuzikale erfgoed van Amerika behoorden, en spande hij zich in om transcripties te laten maken. Uiteindelijk bewoog hij naar de vaststelling dat ‘het weinig uitmaakt of toekomstige Amerikaanse muziek haar inspiratie haalt uit negermelodieën, creolenliederen, roodhuidengezang of klaagzieke deuntjes van Duitsers of Noren met heimwee. De basis van goede muziek ligt zonder twijfel verscholen in alle rassen uit dit grote land.’

Naast het aanmoedigen van lokaal talent wist Dvořák ook zijn eigen muziek te verrijken met Amerikaanse invloeden. In zijn twaalfde, ‘Amerikaanse’ strijkkwartet verwerkte de componist niet alleen zijn indrukken over de natuur in Iowa, hij imiteerde ook een plaatselijke vogelsoort en sloot zijn finale af met een indianendans. Verder componeerde hij een sprankelende Amerikaanse suite, de cantate The American Flag, enkele van zijn mooiste liederen, het droefmooie Celloconcerto, de sonatine voor viool en piano en uiteraard de beroemde Negende symfonie, die als orkestrale postkaart aan het ‘oude’ Europa liet horen hoe geweldig de toekomst van de ‘Nieuwe Wereld’ zou zijn. Voor deze symfonie putte Dvořák uit de schetsen voor een – helaas onvoltooide – opera, gebaseerd op het verhaal van indianenprinses Pocahontas.

Al bij al was Dvořáks Amerikaanse avontuur geen lang leven beschoren: de bejubelde componist zou al in  1895 naar z’n thuisland terugkeren. Heimwee naar het vaderland, maar ook groeiende ergernis over bureaucratie en ambtelijke rompslomp deden Dvořák ertoe besluiten een niet nagekomen loonbriefje aan te grijpen als argument om zijn contract te verbreken. Ook al vertrok Dvořák voortijdig uit de Verenigde Staten, toch mag de symboolwaarde van zijn aanwezigheid niet onderschat worden. Zijn artikels, lezingen en eigen composities scherpten het debat over nationalistische muziek aan. Zo vormde de vraag of een nationale muziek wel of niet gecreëerd kon worden op basis van volksmuziek in 1899 het onderwerp van een forum in The New York Tribune. Een jaar later publiceerde muzieketnografe Alice Fletcher, die dankzij Dvořák haar roeping vond, het boek Indian Story and Song from North America, een van de eerste ‘wetenschappelijke’ publicaties van indianenliederen.

Ook op Amerikaanse concertpodia viel een gevoelige verhoging van ‘nationalistische’, op volksmuziek gebaseerde composities waar te nemen. Componisten als Arthur MacDowell, Arthur Farwell en Amy Beach lieten zich inspireren door indianenliederen, Henry Gilbert werkte met Afro-Amerikaanse volksmuziek en Henry Burleigh maakte symfonische transcripties van negrospirituals voor de concertzaal. Hoewel imaginair, bleek Dvořáks idee van een nationale muziek krachtig genoeg om een hele generatie componisten in de pen te doen kruipen. De invloed van Dvořák laat zich dus niet zozeer in muziektechnische termen omschrijven, maar vuurde wel de menselijke, politieke en raciale agenda’s van het toenmalige Amerikaanse culturele leven aan.

Of Dvořák erin geslaagd is om de Verenigde Staten de ‘weg naar het beloofde land en het rijk van nieuwe, zelfstandige kunst’ te wijzen, is een vraag die niet helder te beantwoorden valt: geen enkele van zijn leerlingen heeft een baanbrekende rol gespeeld in de muzikale ontvoogding van Amerika. Maar de leerlingen van zijn leerlingen daarentegen hebben wél een onuitwisbare stempel gedrukt op muzikaal Amerika. Dvořák kan zich de muzikale ‘grootvader’ noemen van componisten als Aaron Copland, Charles Ives, Duke Ellington en George Gershwin. Toch draagt hun muziek totaal andere waarden uit, die het lastig maken de uitwerking van Dvořáks Amerikaanse boodschap te meten. Volgens musicoloog Alex Ross is Dvořáks toekomstvisioen over een nieuwe, op spirituals gebaseerde muziektraditie weliswaar uitgekomen, maar niet binnen het domein van de klassieke muziek: ‘Het verhaal van het Amerikaanse componeren in de vroege twintigste eeuw beweegt zich rond een afwezige kern. De grote Afro-Amerikaanse orkestrale werken die Dvořák voorspelde ontbreken vrijwel geheel. Hun belofte is tot uitdrukking gekomen in de jazz.’ TJ

Jean-Yves Thibaudet

p17_Thibaudet 1

Jean-Yves Thibaudet concerteert al drie decennia lang over de hele wereld, heeft meer dan 50 albums op zijn naam staan en heeft een reputatie opgebouwd als een van de beste pianisten van het moment. Hij concerteert zowel solo, in kamermuziekverband als met vele gerenommeerde orkesten en heeft een repertoire dat zich uitstrekt van Beethoven en Liszt tot hedendaagse componisten als Qigang Chen en James MacMillan. Thibaudet is als artist-in-residence verbonden aan het Boston Symphony Orchestra en de Colburn School in Los Angeles.

Gautier Capuçon

p17_Capucon_2690_CREDIT Catherine Pluchart

Foto: Catherine Pluchart

Gautier Capuçon is elk seizoen te gast bij de meest vooraanstaande orkesten en dirigenten, zoals de Wiener Philharmoniker, de Berliner Philharmoniker, het Los Angeles Philharmonic Orchestra en de New York Philharmonic. Daarnaast geeft hij recitals en kamermuziekconcerten in concertzalen als Carnegie Hall en op festivals als het Verbier Festival. Capuçon is oprichter en artistiek leider van de ‘Classe d’Excellence de Violoncelle’ aan de Fondation Louis Vuitton in Parijs, en is exclusief verbonden aan Erato/Warner Classics.

 

Vr 16.11.2018 — 20:00
Koningin Elisabethzaal, Antwerpen
Za 17.11.2018 — 20:00
Muziekcentrum De Bijloke, Gent
Zo 18.11.2018 — 15:00
TivoliVredenburg, Utrecht
(met aangepast programma)
Jamie Phillips dirigent
Jean-Yves Thibaudet piano
Gautier Capuçon cello
Adams The chairman dances
Dubugnon Eros athanatos (dubbelconcerto voor cello & piano en orkest)
Dvorák Symfonie nr. 9 in e, opus 95, ‘Uit de nieuwe wereld’

Tickets vanaf €17

infotickets

Categorieën:Verdieping

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s