Grensverleggers – Gioachino Rossini vs Ludwig van Beethoven

rossini-beethoven-1

Hun geboortejaren liggen 22 jaar uit elkaar. Ze opereren vanuit andere muzikale centra (Milaan – Napels versus Bonn – Wenen) en hun naam is in de eerste plaats verbonden met sterk verschillende muzikale genres. Beethoven excelleert vooral in alles wat instrumentale muziek is en Rossini is de operaberoemdheid van zijn tijd. Ook hun persoonlijkheden liggen ver uiteen. De Italiaan racet lichtvoetig door het leven, de Duitser plaatst overal zware uitroep- en vraagtekens. Als overtuigd verdediger van ‘vrijheid en gelijkheid voor iedereen’ doorstreept hij resoluut de oorspronkelijke opdracht aan Napoleon van zijn Derde Symfonie. Rossini daarentegen voelt zich niet te beroerd om een gelegenheidsopera te componeren ter ere van de kroning van de Franse restauratiekoning Charles X. En toch geven ze allebei muzikaal vorm aan datzelfde tijdsgewricht van ingrijpende revoluties en socio-politieke aardverschuivingen die het toenmalige Europa een nieuwe manier van voelen en handelen aanmeet. Dat alles vraagt om een ander soort muziek. Het is met een ongeziene geestdrift en talent dat beide heren aan deze onontgonnen weg timmeren.

Beethoven (1770-1827) werkt vanuit de erfenis van de Weense klassieke traditie (Mozart en Haydn). Reeds in de jaren 1795-96 toetst hij die aan de noden van zijn tijd en van zijn persoonlijke artistieke taal. Zijn sonates, concertaria’s en concerti zijn niet langer formeel onderhoudend, maar hebben het over drama en hoogstpersoonlijke emoties. Weliswaar nog discreet en aftastend krijgen Beethovens jonge muzikale ideeen voor het eerst vorm. Hij heeft het over het ‘nieuwe pad’ dat hij is ingeslagen. Na 1802 (Heiligenstadter Testament) slaat hij echter resoluut de weg van de grote monumentale werken in. De weg van de dramatische composities met extra-muzikale ideeen als fundament: de symfonieen. Zijn Derde symfonie, ‘Eroica’, niet toevallig in dezelfde periode ontstaan als de eerste aanzetten van zijn enige opera Fidelio, is een keerpunt in de geschiedenis van de moderne muziek. Alles in dit werk reikt naar de toekomst: de nieuwe harmonische taal, het imploderen van de klassieke stijl, de persoonlijke toetsen en de dramatische vormgeving van de muzikale thema’s. Dat alles zet een rechte, vernieuwende lijn uit naar zijn Vijfde, Zesde, Zevende en Negende symfonie, naar composities die de wissel op de toekomst trekken. Keren we even terug naar de Weense klassieke stijl. Ook Rossini (1792-1868) maakt er, tijdens zijn studiejaren, kennis mee en zal die nooit meer vergeten. Zijn opera-ouvertures worden zijn symfonieen. Maar er is meer. Het orkest introduceert hij meer en meer als volwaardig dramatisch actor in zijn operacomposities. Hij gaat symfonisch componeren, ook bij de zangnummers. De zangstem treedt in dialoog met de instrumenten en gaat op deze manier de traditionele structuur, met een begrenzing van de aria en van het recitatief, doorbreken. Er ontstaan complexe ensembles die ruimte geven aan een gelaagd, rijk emotioneel muzikaal discours. Rossini combineert zo op meesterlijke wijze het evocerende karakter van het orkest met de expressiviteit van de zangstem. Hij gebruikt de menselijke stem als middel om emoties over te brengen. Het Rossiniaans ‘belcanto’ is dan ook veel meer dan enkel mooi zingen. Het gaat om een bepaalde creatieve ingesteldheid. Men voelt zich als zanger vrij om te gaan improviseren. De variaties, versieringen komen vanuit de persoonlijkheid van de zanger, niet vanuit de partituur. Het is de uitvoerder die de inhoud, de zin van de muziek bepaalt, niet de componist.

rossini-beethoven-2

Eenzelfde muzikale zin kan bij Rossini zowel plezierig als droevig klinken. Dat hangt volledig af van de invulling door de uitvoerder. En dan is er nog een ander belangrijk element bij Rossini: het ritme. Het ritme is bij Rossini creatieve energie, fantasie en motoriek; het is het kloppende hart van de melodie. Het ondersteunt, geeft leven en zin aan wat er op de scene gebeurt. Hij exploreert in de ernstige opera’s de evocatie van intieme emoties in dramatische situaties. Zo zet hij de deur open voor het vroeg-romantisch melodrama van Donizetti, Bellini en de jonge Verdi. Zijn testamentopera Guillaume Tell die hij voor Parijs componeert opent een ook voor Rossini onbekende wereld. De ouverture viert met een totaal nieuw palet aan muzikale middelen, een weidse, rustig bucolische wereld. Deze vierdelige ouverture zet in met een etherische cellosolo. Een nooit eerder gehoorde meesterzet. Er volgt een al even verbluffende onweersscene met daarna een heuse herdersscene met de beroemde ‘ranz-des-vaches’. Berlioz schrijft over deze ouverture: ‘deze suggereert de kalmte van een diepe eenzaamheid, de gewijde stilte van de natuur wanneer de elementen en de menselijke passies zwijgen.’ Klinkt als een label voor een van Beethovens symfonieen. Rossini’s laatste opera die mee aan de wieg staat van de Franse ‘grand opera’ is evenzeer een eresaluut aan de erfenis van de grootste vernieuwer van de symfonische muziek. Een eresaluut getekend Il Tedesco (= de Duitser). AL

Vr 23.02.2018 — 20:00
Muziekcentrum De Bijloke, Gent
Za 24.02.2018 — 20:00
Koningin Elisabethzaal, Antwerpen
Richard Egarr dirigent
Louise Alder sopraan
Rossini Guillaume Tell (ouverture)
Rossini Sopraanaria’s uit verschillende opera’s
Rossini Semiramide (ouverture)
Beethoven Symfonie nr. 3, ‘Eroica’

Tickets vanaf €16
infotickets

Categorieën:Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s