Van Verona naar New York

Shakespeares minnaars in de muziek van Prokofjev en Bernstein

Verona-naar-NY

Romeo en Julia is met voorsprong de populairste tragedie van William Shakespeare. De lotgevallen van de star-crossed lovers uit Verona hebben zich stevig genesteld in het collectieve geheugen en de onbevangen liefde van twee adolescenten uit rivaliserende families wekt spontaan sympathie op. Dit verhaal is niet enkel een hymne aan de onvoorwaardelijke liefde. Het is vooral een aanklacht tegen destructieve conflicten en rivaliteiten.

Dat Romeo en Julia een breed publiek aanspreekt, weerspiegelt zich in de 20e-eeuwse bewerkingen van het thema. In de muziek leverde het twee meesterwerken op die balanceren op de grens tussen hoge en populaire kunst. Sergej Prokofjev en zijn medewerkers zagen hun balletversie van Romeo en Julia zeker als ernstige kunst, maar buiten de Sovjet-Unie gold het avondvullende narratieve ballet niet langer als een volwaardige, moderne kunstvorm. West Side story, de bewerking van Jerome Robbins en Arthur Laurents, met muziek van Leonard Bernstein en lyrics van Stephen Sondheim, is een musical, een product van het Amerikaanse commerciële en populaire theater. Bernstein moest zijn drang om er een volwaardige opera van te maken stevig in toom houden. West Side story toonde echter aan dat de musical geen ernstige thematiek uit de weg hoeft te gaan. Een tragische ontknoping leek voordien ondenkbaar, maar West Side story bewees dat het wel degelijk kon. Het is een van de weinige voorbeelden van een kunstvorm waar velen van droomden, maar die slechts weinigen konden realiseren: een kunst die artistieke kwaliteit en inhoudelijke diepgang combineert met een breed publieksbereik.

De twee werken hebben nog iets met elkaar gemeen. Ze situeren het verhaal in een moderne maatschappelijke problematiek. Prokofjev deed dat indirect. Zijn ballet speelt zich af in het renaissance Verona dat Shakespeare ten tonele voert. Bernstein en Laurents hebben het verhaal verplaatst naar het New York van de jaren 1950. Toch geven beide een lezing van het drama vanuit een moderne visie.

Geen happy end
De oorspronkelijke partituur van Prokofjevs Romeo en Julia was het product van een creatieve zomer in 1935 in Polenovo, het vakantieverblijf van het Bolsjoj-theater. Prokofjev was zijn definitieve terugkeer naar de Sovjet- Unie aan het voorbereiden. Onder de vooruitzichten die hem lokten stond de mogelijkheid om te werken met de grote pioniers van het Sovjettheater bovenaan.

De grote Poesjkin-herdenking van 1937 wenkte, met samenwerkingen met Alexander Tairov, Vsevolod Meyerhold en Michail Romm in de planning. Voor Romeo en Julia kon Prokofjev aan de slag met de grote regisseur Sergej Radlov, die in 1934 een bijzondere, onsentimentele versie van Shakespeares klassieker had geregisseerd. Radlov oogstte meteen verontwaardiging met zijn scenario, omdat hij het ballet besloot met een happy end. Bij Shakespeare vindt Romeo Julia schijndood terug en ontneemt hij zich het leven voordat ze ontwaakt. Radlov en Prokofjev redeneerden dat dit een zwak punt was in Shakespeares tekst. Echte tragedie mocht niet afhangen van het toeval of iemand te vroeg of te laat kwam. Prokofjev verdedigde de keuze ook met het argument dat een positief einde beter was voor een ballet omdat doden nu eenmaal niet kunnen dansen.

Radlov en Prokofjev hadden hun eigen reden om een happy end zinvol te vinden. Radlov wilde het stuk aanpassen aan de communistische idealen. Romeo en Julia staan voor de nieuwe jeugd, die alle feodale tradities over huwelijk en familiebanden achter zich laat. Voor Prokofjev kwam het overeen met zijn geloof in de doctrine van Christian Science. Hij geloofde in de transcendente kracht van de liefde. Ware liefde sterft niet met de dood van de minnaars, maar leeft verder in een nieuwe spirituele dimensie. Ze situeert de uitkomst van het verhaal op een transcendent plan. Onder druk van de literaire opinieleiders moesten Radlov en Prokofjev het oorspronkelijke tragische einde herstellen. De betwisting over de afloop was nog maar het begin van de hindernissen die Prokofjevs bekendste ballet moest overwinnen. De arrestatie en executie van Vladimir Moetnych, de administratieve directeur van het Bolsjoj-theater, maakte een productie op slag ondenkbaar. De première vond niet in de Sovjet-Unie plaats, maar in de Tsjechoslovaakse stad Brno in 1938. In hun thuisland werd de productie verplaatst naar het Kirovtheater in Leningrad. Leonid Lavrovski deed heel wat ingrepen in het scenario en de muziek, waar Prokofjev aanvankelijk niets van wist.

Onder druk van de dansers moest hij zijn orkestratie aanpassen. Het gevolg was dat de orkestsuites die hij in 1936 had samengesteld scherper en moderner klinken dan het uiteindelijke resultaat. De première op 11 januari 1940, met Galina Oelanova en Konstantin Sergejev in de titelrollen, was een succes dat niemand had durven te voorspellen.

Romeo en Julia is niet enkel een hymne aan de onvoorwaardelijke liefde. Het is vooral een aanklacht tegen destructieve conflicten en rivaliteiten.

Oriëntalisme
Bernstein en Laurents brachten het verhaal nog dichterbij. Ze verplaatsen het naar het New York van de jaren 1950, op een moment dat conflicten tussen rivaliserende gangs dagelijks in het nieuws kwamen. De twee bendes in kwestie zijn de Jets en de Sharks. De eerste bestaat uit blanke New Yorkers, de tweede uit immigranten uit Puerto Rico. Het verhaal volgt de plot van Romeo en Julia op de voet, met Riff in de rol van Mercutio, Bernardo als Tybalt, en Doc als representant van Friar Lawrence. Tony/Romeo is verliefd op Maria/Julia, de zus van de leider van de Sharks. Het einde werd wel aangepast. Nadat zowel Riff, Bernardo en Romeo zijn gedood, leert Maria iedereen dat enkel haat verantwoordelijk was voor het onheil.

Oorspronkelijk gingen de auteurs uit van de tegenstelling tussen katholieken en joden, maar de confrontatie tussen New Yorkers en immigranten uit Puerto Rico bood meer muzikale mogelijkheden. De uitvoerige exploitatie van Latijns- Amerikaanse stijlen maakt de partituur van Bernstein een late erfgenaam van het 19e-eeuwse oriëntalisme. De plot volgt zelfs het paradigma van het oriëntalisme op de voet. Oriëntalisme stond niet enkel voor de imitatie van oosterse stijlen, maar voor elke tegenstelling tussen de westerse en een niet-westerse cultuur en samenleving. Oriëntalisme en exotisme vervulden dezelfde rol. De niet-westerse cultuur werd geportretteerd als de ‘andere’, die onverenigbaar werd geacht met de westerse norm.

Die onverenigbaarheid blijkt onder meer uit de muziek. In West Side Story vervullen de Latijns-Amerikaanse dansen die functie. Bernstein baseerde zich op folkloristisch materiaal, maar zijn stijl is toch in grote mate een eigen schepping. De plot van een oriëntalistisch drama draaide altijd rond de verleiding van een westerse man door een exotische vrouw. Haar aantrekkingskracht maakt dat hij de grenzen van zijn eigen samenleving overschrijdt en verzaakt aan zijn plicht. Dit gebeurt ook met Tony. Ook hij verzaakt aan de wetten van de bende waartoe hij behoort. Er is echter een belangrijk verschil. In de muzikale portrettering van Bernstein schuilt de nuance die West Side story onderscheidt van zijn oriëntalistische modellen. De aantrekkingskracht van Maria op Tony heeft niets te maken met haar exotische charme, maar met haar persoon. In de muziek die Bernstein voor de minnaars componeerde, ontbreekt immers de exotische karakterisering van de groep waartoe Maria behoort. De betekenis is duidelijk: de liefde tussen Tony en Maria overstijgt het raciale onderscheid. Hun liefde is het resultaat van een zuiver menselijk gevoel. Met zijn songs raakt Bernstein de kern van Shakespeares boodschap: Romeo en Julia overstijgen het conflict tussen de rivaliserende groepen omdat ze toegeven aan een gemeenschappelijk, diepmenselijk verlangen. De lyrische en populaire stijl van Bernsteins songs maakt de musical toegankelijk voor een breed publiek, maar heeft ook een inhoudelijke functie. Ze staat voor de onbevangenheid van de adolescente liefde, die elk etnisch conflict overstijgt. FM

Za 18.11.2017 — 20:00
Concertgebouw, Brugge
Elim Chan dirigent
Martin Grubinger percussie
Dun The tears of nature
(percussieconcerto)
Eötvös Speaking drums
(vier gedichten voor percussie en orkest)
Prokofjev Romeo en Julia
(selectie uit de suites)
Bernstein West Side story
(symfonische dansen)

Zo 19.11.2017 — 11:00
Koningin Elisabethzaal, Antwerpen
Elim Chan dirigent
Prokofjev Romeo en Julia
(selectie uit de suites)
Bernstein West Side story
(symfonische dansen)

Tickets vanaf €10
infotickets

Categorieën:Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s