Bach versus Carter

Oude zakken, nieuwe wijn

Oude-zakken-1

Wie niet vies is van tegendraads tijdreizen, noteert best 28 januari in zijn agenda. Dan kijken de Duitse barokpaus Johann Sebastian Bach en de Amerikaanse grand old man Elliott Carter elkaar in de ogen. Drie musici van het Antwerp Symphony Orchestra laten de dwarse kranigheid van Carter overvloeien in de virtuoze animo van Bach.

Mogelijk gelooft niet iedereen in God, maar in Johann Sebastian Bach geloven ze allemaal. Zo is het al sinds 1750, het jaar van zijn dood. En toch, zo analyseert dirigent John Eliot Gardiner in zijn Bachbiografie, leidt zo’n blinde adoratie af van de essentie. ‘Als we Bach als een soort God beschouwen, hebben we geen oog meer voor zijn artistieke worsteling en zien we hem ook niet meer als een muzikale vakman par excellence.’

Het is een rake observatie. Bach was allesbehalve een god, hij was een norse, vervelende en autoritaire kerel die nooit naliet om zijn gal te spuwen. ‘Een typisch geval van een vierkante pin, die niet in een rond gat past’, zo omschrijft Gardiner hem. Bach was een ambitieuze componist die zichzelf een verschroeiend werktempo oplegde en daarbij vaak moest vaststellen dat zijn idealen haaks stonden op de gangbare voorschriften. Toen hij in 1723 de post van cantor aan de Thomaskirche in Leipzig op zich nam, overweldigde hij zijn werkgevers door wekelijks nieuwe kerkcantates af te leveren, ook al had hij daar geen verplichting toe. Toen hij rond 1730 merkte dat de officiële waardering voor al die prachtige muziek uitbleef, kwam hij zijn frustratie te boven door het schrijven van muziek die enkel voor zichzelf bedoeld leek.

Hoe productief zijn scheppingsdrang ook, Bach was geen leverancier van bandwerk. Zoals in zijn necrologie staat: zijn muziek liep over van ‘vernuftige, ongewone ideeën’. Zelfs in een vroeg werk als de Pastorella voor orgel voel je hoe zijn handen gejeukt moeten hebben om triviale doedelzakbassen op te leuken met originele vondsten. Ook in latere klavierwerken als de sonates voor orgel of de inventies en sinfonia’s voor klavecimbel buitelen de ideeën kriskras over elkaar heen. In zijn muziek komt geen loopje voor of het wordt neergezet als intellectueel ballet. Niet toevallig kozen drie musici van het Antwerp Symphony Orchestra deze contrapuntisch knisperende muziek uit om het contrast te maken met intieme solostukken van Elliott Carter.

Oude-zakken-2

Bach versus Carter: als je de 17e-eeuwse pruik wegdenkt, lijken ze wel een beetje op elkaar. Beide componisten bezitten een artistiek gezag dat niet te bevechten valt. De grootsheid van Bach is uiteraard onomstotelijk, maar ook Carter was een monument. Alleen al de spanwijdte tussen zijn geboorte- en sterfjaar (1908-2012) dwingt respect af. Hij werd geboren toen in Detroit de eerste T-Ford uit de fabriek rolde en stierf bij het uitbreken van de Arabische Lente. Ook muzikaal legde Carter een parcours af dat met geen pen te beschrijven valt. De drie solo’s van Carter die op het kamermuziekconcert in AMUZ worden afgelost met Bachs muziek (een elegische afscheidsgroet voor Engelse hoorn, een gepassioneerde toespraak voor cello en een grillig klankgedicht voor fluit) bewijzen wat voor een ongelooflijk inventief en veelzijdig componist hij wel was.

De muziek van Bach en Carter, zoveel eeuwen van elkaar verwijderd, heeft meer gemeen dan je op het eerste gehoor zou denken. Net zoals Bach was Carter een dartele scherpdenker, iemand die de noten zo feestelijk en spitsvondig schikte dat je er niet op uitgeluisterd raakt. Slim en toch grappig, energiek en toch lyrisch, moeilijk maar leuk: de muzikale waarden van Carter zijn haast dezelfde als die van zijn barokke voorganger. Op de vraag of het hem stoorde wanneer mensen zijn muziek complex vonden, antwoordde Carter: ‘Toen ik jong was, wilde ik voor het grote publiek schrijven. Maar toen bleek dat het publiek geen belangstelling toonde, ben ik dan maar voor mezelf beginnen schrijven. Sindsdien begonnen mensen interesse te tonen.’ Het is een antwoord waarbij de oude Bach instemmend geknikt zou hebben. TJ

Zo 28.01.2018 — 11:00
AMUZ, Antwerpen
Edith Van Dyck fluit
Dimitri Mestdag Engelse hoorn
Raphael Bell cello
Bach Pastorella (arrangement voor fluit, Engelse hoorn en cello)
Carter A 6 letter letter (voor Engelse hoorn)
Bach Triosonate nr. 4 (arrangement voor fluit, Engelse hoorn en cello)
Carter Figment (voor cello)
Bach Inventies en sinfonia’s (selectie) (arrangement voor fluit, Engelse hoorn
en cello)
Carter Scrivo in vento (voor fluit)

Tickets €16
infotickets

Categorieën:Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s