Talent, gedrevenheid en hard werken – Portret van Sergej Katsjatrian

Contrasten. De muziek van Mahler en Sjostakovitsj staat er bol van. Markus Stenz voert het Antwerp Symphony Orchestra aan in twee emotioneel veelzijdige kleppers uit het symfonische repertoire. Mahlers Eerste symfonie opent met het ontwaken van de natuur en eindigt volgens de componist met een muzikale strijd ‘waarin de zege het verste verwijderd is, wanneer we die het dichtste bij wanen.’ In het verschroeiend intense Eerste vioolconcerto van Sjostakovitsj begeeft de violist zich tussen donker en licht. Een partij op maat van Sergej Katsjatrian, een van de meest gevoelvolle winnaars uit de geschiedenis van de Elisabethwedstrijd.

Tot zijn achtste woonde Sergej Katsjatrian in zijn geboorteland Armenië. Hij herinnert zich een normale kindertijd. Zijn ouders vonden het dan wel belangrijk zijn aanleg voor de viool te cultiveren, ze hielden hem nooit angstvallig thuis. In tegenstelling tot sommigen, zo zegt Katsjatrian in een interview, hadden zijn ouders geen schrik dat hij zijn talent zou verliezen door op straat te spelen. Gezien de jonge Katsjatrian toen met de auto van zijn grootvader (een oude Niva, bijgenaamd de ‘tank’) rondsjeesde, zou die vrees nog niet eens uit de lucht gegrepen zijn. Auto’s en motoren hielden hem in de ban en groeiden uit tot zijn belangrijkste hobby. ‘Snelheid vervult de behoeftes van mijn tweede leven.’ En snelheid voedde ook zijn ‘eerste’ leven: in een recordtempo groeide het kind dat aldoor uitvluchten zocht om niet te hoeven oefenen, uit tot absolute wereldtop. Katsjatrian geeft zo’n vijfenvijftig concerten per jaar, reist constant, probeert ook minstens één keer per jaar in Armenië op te treden en vindt oefenen ondertussen geweldig ‘interessant’. Muziek is geen job: ‘Ik ben bang van dat woord.’

Sergej’s vader, moeder en zus zijn pianisten. (Met zijn zus, Lusine, speelt hij regelmatig in duo.) Zijn ouders redeneerden dat vier pianisten in de familie van het goede teveel zou zijn en beslisten dat hij viool zou spelen. Nog in Armenië kreeg hij vanaf zes jaar les van Petros Haykazyan. De economische situatie in Armenië bewoog Sergej’s vader ertoe naar Duitsland uit te wijken en in 1993 volgde de rest van de familie. Na drie jaar studies bij Grigori Zhislin nam Josef Rissin hem onder de vleugels. Met verstand van zaken. In 2000 won Katsjatrian, op vijftienjarige leeftijd en als jongste ooit, de Sibeliuswedstrijd in Helsinki. In 2005 kaapte hij nog een felbegeerde prijs weg: de eerste prijs in de Koningin Elisabethwedstrijd, uiteindelijk de laatste wedstrijd waaraan hij deelnam. Wedstrijden zijn uitstekend geschikt als training en om het uithoudingsvermogen te vergroten, maar zijn dat niet voor de ontwikkeling van de innerlijke muzikaliteit, aldus Katsjatrian. Na de Elisabethwedstrijd werd het tijd om te werken aan ‘wat vanbinnen zit’.

Muzikale voeding
Voor de Elisabethwedstrijd oefende Katsjatrian elk uur van de dag omdat hij koste wat kost wou winnen. Normaal gezien kan hij het echter met zes uur per dag stellen. Een nieuw concerto instuderen duurt dan ongeveer een maand. Toonladders en studies, voor vele muzikanten dagelijkse kost, oefent hij niet. Hij werkt liever meteen op de moeilijke passages in het repertoire zoals hij ze tegenkomt. In boeken en partituren ontdekt hij vaak een schat aan aanvullende informatie. Toch mag je niet denken dat zijn routine voor altijd en iedereen werkt. Wel geldt: elke dag oefenen. Of uitgedrukt met Katsjatrians typische guitigheid: ‘Praat elke dag met je viool, anders zal ze kwaad worden.’

‘Muziek is geen job: ik ben bang van dat woord.’

Er zijn weinig voetstukken voor idolen in Katsjatrians leven. Hij wil zich niet gedwongen voelen in iemands voetsporen te moeten volgen. Het is de muziek zelf die zijn idool is, ‘want zij alleen zorgt ervoor dat ik hard werk en geeft me de impuls om te leven.’ Toch laat hij hier en daar namen vallen. Het vioolspel van David Oistrakh verdient veel van zijn lof. Beethoven is een van zijn favoriete componisten, net als Sjostakovitsj. ‘De muziek van Sjostakovitsj raakt mijn Armeense ziel. Onze voorouders hebben zo’n grote tragedie meegemaakt. Tot op vandaag is het Armeense volk diep melancholisch.’ Iemand die Katsjatrian ooit hoorde in een van de twee concerto’s van Sjostakovitsj – op cd, tijdens een concert, of wie weet, tijdens de finale van de Koningin Elisabethwedstrijd – zal bevestigen dat die uitspraak gemeend is.

Het nationale gevoel gaat erg diep. Zo bestempelt Katsjatrian zijn stijl van vioolspelen als Armeens. ‘De reden waarom ik iets op een bepaalde manier speel, is dat ik Armeen ben. Dat is niet goed of slecht. Het punt is dat mijn emotionele wereld helemaal Armeens is.’ Ooit programmeerde hij werk van Bach naast dat van de Armeense priester, componist en etnomusicoloog Komitas. Hoe onverwacht de combinatie ook mag zijn, beiden zijn volgens Katsjatrian perfect verzoenbaar aangezien ze dezelfde spirituele intensiteit bezitten. In zekere zin is Katsjatrians stijl origineel te noemen, maar om originaliteit is het hem helemaal niet te doen. ‘De grootste fout die je als muzikant kan maken, is proberen origineel te zijn omwille van de originaliteit. Je kan niemand bedotten door je als iemand anders voor te doen. (…) Als originaliteit niet op natuurlijke wijze komt, van binnenuit, beledig je de muziek.’ Ook de huidige focus op het uiterlijk in de klassieke muziekwereld zit hem wel eens dwars. ‘Soms krijg ik het gevoel dat ik te laat geboren werd. Ik hunker naar de ernstige attitude van de oudere generatie, zoals Oistrakh en Heifetz.’

Het regent namen van Italiaanse vioolbouwers in de buurt van Katsjatrian. Momenteel bespeelt hij een Guarneri ‘del Gesù’ die ooit aan Ysaÿe toebehoorde, een instrument gebouwd in 1740. Daarvoor speelde hij op een Guadagnini en op de ‘Huggins’-Stradivarius uit 1708, respectievelijk ‘trofeeën’ uit de Sibeliusen Koningin Elisabethwedstrijd. Hoewel de Stradivarius hem meer mogelijkheden dan de Guadagnini bood en zijn oor hielp te ontwikkelen, gaat zijn voorkeur uit naar de gladde, donkere klank van de Guarneri. Niet dat het instrument de muzikant maakt natuurlijk, ‘maar als je er gedetailleerde aandacht voor hebt, creëert het meer potentieel.’

‘De muziek van Sjostakovitsj raakt mijn Armeense ziel.’

Ontlading
Schrik voor het podium heeft Katsjatrian niet, maar soms maakt hij zich zorgen of zijn muzikale ideeën wel allemaal duidelijk genoeg in de uitvoering te horen zullen zijn. In feite is het zelfs zo dat, hoe meer hij een stuk voorbereid heeft – en hoe meer ideeën hij wil meedelen – hoe nerveuzer hij wordt. Wat zijn spel nu echt typeert, valt natuurlijk moeilijk onder woorden te brengen. Net zoals het onmogelijk is te voorspellen hoe een concert uiteindelijk zal uitdraaien. In een interview zegt Katsjatrian daarover: ‘Je moet komen om het te zien.’ SV

Za 16.12.2017 — 20:00
Koningin Elisabethzaal, Antwerpen
Markus Stenz dirigent
Sergej Katsjatrian viool
Sjostakovitsj Vioolconcerto nr. 1
Mahler Symfonie nr. 1

Tickets vanaf €16

Categorieën:Portret

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s