‘Ist dies etwa der tod?‘

Weemoed en troost: Strauss’ Vier letzte Lieder

Het is 1949 en het oude Europa is van de kaart geveegd. Dresden ligt in de as, er lopen Britse soldaten over de Kurfürstendamm, in Wenen wordt een Sovjetmonument opgetrokken en vanuit Parijs schrijft Arthur Miller dat de zon er nooit meer zou opkomen. In het Beierse wintersportdorpje Garmisch-Partenkirchen, dat de oorlog had doorstaan, bereidt Richard Strauss zich voor op zijn laatste dagen. De grootste componist van het Derde Rijk is vrijgesproken van nazisme, maar voor hem is dat futiel, bijzaak. Zijn voornaamste zorg is dat samen met hem de Westerse cultuur aan het uitbloeien is. ‘Ik vraag me af waarom ze me in leven laten, terwijl het toch duidelijk is dat ik afgeleefd ben’, moppert hij na een bezoek aan het ziekenhuis. Het lachje dat erbij hoort, is dat van de estheet die zich boven ethiek verheven waant.

Wat de oude Strauss in die dagen het vaakst op de piano speelt, is het slot van zijn opera Daphne uit 1938. Er bestaat een filmpje waarop je het hem ziet doen. De muziek, die de metamorfose van Daphne in een laurierboom imiteert, is een wonder van fantasie en vernuft. Vanuit een diepe noot slingeren chromatische lijntjes in violen en fluiten als een wilde wingerd naar boven. Met Daphnes eenwording met de natuur lijkt Strauss afscheid van de wereld te nemen.

Vingeroefeningen
Strauss’ Indian Summer is een studieonderwerp op zich. Ook al was hij de tachtig voorbij, de notoire componist van Salome en Der Rosenkavalier bleef componeren tot aan zijn dood, in september 1949. In een brief uit 1943 gaf hij aan dat de opera Capriccio zijn laatste ‘echte’ werk was, al wat daarna kwam, moest worden geklasseerd als vingeroefeningen. ‘De enige functie van deze muziek’, zo schreef hij, ‘is dat ze dient om de tijd te doden, opdat ik me zo min mogelijk verveel. Een mens kan nu eenmaal niet de ganse dag Wieland lezen of kaartspelen.’

Toch vormt Strauss’ late muziek een uniek corpus, het verrassende eindpunt van een briljante carrière. Terwijl jonge componisten als Pierre Boulez en Karlheinz Stockhausen rigoureuze experimenten uitdokterden, kwam Strauss op de proppen met ongrijpbare harmonieën en zwierige melodieën. Eerst kwam een Mozartiaans hoornconcerto, daarna verrukkelijke sonatines voor blazersensemble, een luxueus hoboconcerto en een sprookjesachtig dubbelconcerto voor klarinet en harp. Misschien wel zijn pakkendste compositie was Metamorphosen, een lyrisch uitgesponnen lamentatie voor strijkorkest waarin hij de begrafenismars uit Beethovens Eroicasymfonie citeert. Zijn allerlaatste compositie is het verrukkelijke lied Malven, waarin het klavier vertwijfeld allerlei harmonieën aftast, alsof de muziek het zelf niet meer weet.

Precies die combinatie van onzekere schoonheid en kalme troost maakt de kern uit van Strauss’ late muziekstijl. Zoals cultuurfilosoof Edward Said over deze late composities schreef: ‘Van begin tot einde maakt deze muziek geen enkele emotionele aanspraak, ze is – in tegenstelling tot de late Beethoven met zijn kloven en fragmenten – glad gepolijst, technisch perfect, werelds en als muziek totaal op haar gemak in de wereld.’

Dramaturgisch en thematisch vormen deze vier ‘orkestgezangen’ een helder, pakkend verhaal over leven en dood, schoonheid en troost.

Zomergloed
Ook Strauss’ beroemde Vier letzte Lieder, voor sopraan en orkest, delen in de herfstige stemming die zijn andere late muziek typeert. De titel van deze compositie is enigszins misleidend: de suggestie als zouden de liederen een cyclische eenheid vormen, klopt niet helemaal. De titel stamt immers niet van Strauss zelf, maar van zijn uitgever bij Boosey & Hawkes, die onder deze noemer vier van zijn late orkestliederen bundelde. Net zoals Schwanengesang – de laatste, maar officieuze liedcyclus van Schubert – zijn de Vier letzte Lieder dus de marketingtruc van een gehaaide uitgever. Geholpen door een baanbrekende plaatopname door Elisabeth Schwarzkopf ging de ‘cyclus’ een eigen leven leiden als het vocale testament van Strauss.

De niet aflatende populariteit van de Vier letzte Lieder – driemaal op een gedicht van Hesse, eenmaal Eichendorff – is begrijpelijk. Dramaturgisch en thematisch vormen deze vier ‘orkestgezangen’ een helder, pakkend verhaal over leven en dood, schoonheid en troost. Het openingslied Frühling mixt pastorale euforie met seksuele extase, en ook de vocalises dragen een jeugdige wellust in zich. In het tweede lied, September, is de beeldspraak volwassen geworden. Het treuren van de tuin, de vallende bladeren, de laatste zomergloed: Strauss vangt het wegkwijnen van de jeugd met langoureuze, mistroostige melodieën. Beim Schlafengehen is toepasselijk een wiegelied. Donkere strijkers, nachtegaalromantiek en een hartroerende vioolsolo geven vleugels aan een ziel op rust. In het laatste, mooiste en langste lied, Im Abendrot, gaat het over een koppel dat hand in hand naar de zonsondergang wandelt. ‘Ist dies etwa der Tod?’, vragen ze zich af, terwijl het orkest een weemoedig citaat uit een van Strauss’ jeugdwerken, Tod und Verklärung, intoneert.

‘Voor sommige gedichten moet je nu eenmaal veertig-plus zijn, én de Vier letzte Lieder van Richard Strauss hebben gehoord’, aldus dichter Herman de Coninck. ‘Je moet ook het allerlaatste al eens hebben meegemaakt.’ De muziek van de oude Strauss is doordrongen van het allerlaatste. TJ

Do 09.11.2017 — 20:00
Muziekcentrum De Bijloke, Gent
Vr 10.11.2017 — 20:00 Laatste tickets
Koningin Elisabethzaal, Antwerpen
Zo 12.11.2017 — 19:00
Paleis voor Schone Kunsten, Brussel
Philippe Herreweghe dirigent
Marita Solberg sopraan
Wagner Siegfried-Idyll
Strauss Vier letzte Lieder
Schumann Symfonie nr. 4

Tickets vanaf €16

Categorieën:Verdieping

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s