Bruckner in de Kathedraal

Hoe zwaar weegt een symfonie van Anton Bruckner? Dirigent Daniel Barenboim wist het wel: ‘Indien muziek een zaak zou zijn van vermaak en tijdverdrijf, dan speelt Bruckner geen rol. Maar indien muziek een expressie is van wat op geen andere wijze uitgedrukt kan worden, dan is Bruckner van het allerhoogste belang.’

Wie in enkele minuten inzicht wil krijgen in wat een Brucknersymfonie uniek en ondoorgrondelijk maakt, kan op YouTube terecht bij een fragment waarin de grote Roemeense dirigent Sergiu Celibidache de openingsmaten van de Zevende symfonie repeteert. Te bedwelmend, roept hij de spelers van de Berliner Philharmoniker toe terwijl hij de zilveren hoofdmelodie van die symfonie tot een soepele lijn wil smeden. ‘Niet meteen zo inzetten op voller en meer’, aldus Celibidache. ‘Houd wat reserve over voor later.’ Maar als even later de violen losbranden in bezielde zinderingen, kan de verrukking niet totaal genoeg zijn. De hondsbrutale manier waarop Celibidache hen toeschreeuwt tot steeds meer trance, zegt het helemaal: bij Bruckner kunnen verstilling en eenvoud zomaar omslaan in zinsvervoering en extase.

Vrij snel na zijn dood in 1896 werden Bruckners symfonieën wereldwijd repertoire. Toch passen tal van dirigenten wel op om deze bijzondere muziek ter hand te nemen. Sommigen wijden een gans leven aan de muziek van deze Oostenrijkse organistcomponist, anderen laten hem liever ongemoeid. Opvallend is dat dirigenten die niks kunnen aanvangen met Bruckners extatische koperexplosies en ellenlange strijkershymnen hun lot verbinden aan de meer theatrale symfonietaal van zijn jonge supporter Gustav Mahler. Een dirigent als Leonard Bernstein bijvoorbeeld meed Bruckner, maar was een geniaal Mahlerdirigent. Voor Eugen Jochum en Günter Wand gold het omgekeerde. Herbert von Karajan en Daniel Barenboim namen magistrale Brucknerintegrales op, maar geen van beiden liet een volledige Mahlercyclus na. Simon Rattle legt liever Mahler op de pupiter, terwijl een Brucknerfetisjist als Celibidache geen noot Mahler op plaat zette.

Waarom eigenlijk verdeelt Bruckner de rangen? In zijn eigen tijd vielen zijn symfonieën ver buiten de grenzen van het geaccepteerde klankbeeld: tijdgenoten vonden zijn werken te omvangrijk of te traag, zijn muziektaal te complex of juist te simplistisch. Zijn muziek is ook van een verpletterende ernst. Maar die ernst, zo merkte de Nederlandse schrijver Simon Vestdijk ooit scherpzinnig op, is nooit een loden last. ‘De paradox van zijn genie wil, dat het verpletterende, in plaats van neer te drukken, bevrijdt, en zelfs ontspant.’ Pas hier laat de ware Brucknerdirigent zijn expertise zien: over een gigantische tijdspanne dient hij één overtuigende, ontspannen vorm uit te houwen.

Een Brucknersymfonie beluisteren is één. Zijn muziek ondergaan is twee. Bruckner vraagt om een bepaald soort luisterbeleving, die je nog het best kan vergelijken met een meditatie. Nogmaals Vestdijk: ‘Beiden, Bach en Bruckner, hebben dit ene met elkaar gemeen, dat zij de muziek laten gaan, en dat zij zelf meegaan’. Voor de Letse dirigent Andris Nelsons zijn Bruckner samen met Bach de componisten die hem het dichtste naar God voeren. ‘De muziek van Bruckner verheft de ziel’, aldus Nelsons. ‘Je wordt uitgenodigd om hem te volgen, om samen een levensreis te ondernemen en diepere dimensies van menselijkheid, liefde en medelijden te ontdekken – onafhankelijk van welke religie je ook aanhangt.’

Wellicht daarom horen zoveel dirigenten, musici en luisteraars een evidente verwantschap tussen Bruckners verheven muziek en zijn professionele carrière als (kerk)organist. De abrupte kleurschakelingen tussen strijkers, hout en koper die zijn symfonieën typeren, doen denken aan de manier waarop een organist registers inzet om klankeffecten te bereiken. Hoewel geen enkele van zijn symfonieën een expliciet religieuze inslag heeft, worden ze vaak – en terecht – omschreven als ‘kathedralen van klanken’. Reden genoeg voor het Antwerp Symphony Orchestra om een nieuwe concertreeks te wijden aan dit unieke corpus symfonieën. Onder het gewelf van de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal gaat het orkest op zoek naar Bruckners spirituele dimensie. Na een wervelende lezing van de Zevende symfonie vorig seizoen zet Kees Bakels de focus scherp op symfonie nummer vijf. Verwacht niets minder dan een indringende, zo niet onthutsende luisterbeleving. TJ

Za 16.09.2017 — 20:00
Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, Antwerpen
Kees Bakels dirigent
Bruckner Symfonie nr. 5 (versie 1878)

Tickets vanaf € 32

Categorieën:Verdieping

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s