‘Denken met je hart en voelen met je verstand’ — Het evenwicht volgens dirigent Karel Deseure

Tussen aanhalingstekens

Niets zo gevaarlijk als een sappig citaat. Voor je het weet, verschijnt je terloopse opmerking op borduursels en in dikke bundels tussen de spreekwoorden en adagia. Of nog erger, bovenaan een artikel. Voor onze interviewreeks Tussen aanhalingstekens krijgt dirigent Karel Deseure zes citaten voorgeschoteld van bekende musici of muziekkenners.

01— Wat gaf bij u de klik om voor dit beroep te kiezen?

Ik kan mij niet herinneren dat ik die beslissing ooit bewust heb genomen. Toen ik een jaar of tien was heb ik een orkestje samengesteld met familie en vriendjes uit de buurt, zo vroeg begon die fascinatie voor het orkest. Vanaf die leeftijd verzamelde ik partituren om de noten achter de muziek te zien. Eerst de muziek van binnen uit leren kennen om die vervolgens te communiceren aan anderen. Ik wou als kind al tonen wat er gebeurt in een stuk. Later zat ik in het schoolorkest van het college. De muziekleraar die dirigeerde liet me af en toe het ensemble leiden. Zo ging het ook in het harmonieorkest waar ik fluit speelde. Ik mocht al eens de dirigent vervangen. Of ik maakte een arrangement dat ik mocht leiden. Voor de rest speelde zich dat vooral af in mijn kamer: in mijn eentje de partituur volgen van De toverfluit en dan dirigeren samen met de opname. Op die manier leer je niet dirigeren, maar je legt alvast een kiem.

02— Robert Groslot is pianist, dirigent en componist. U schreef als tiener soms een arrangement. Zit er in u ook een componist, zoals bij een aantal dirigenten?

In mijn tienerjaren heb ik stukken geschreven, maar ik heb nooit de stap gezet om dat te ontwikkelen. Het klopt dat dirigenten als Claudio Abbado of Reinbert de Leeuw af en toe componeren. Ik heb moeten kiezen. De wens om te componeren is niet sterk genoeg geweest om ermee door te gaan. Met veel passie heb ik dwarsfluit gestudeerd. Ik geniet er wel van om te observeren hoe een componist te werk gaat. Als dirigent krijg je orkestratielessen: hoe je een muzikaal idee het beste kan verdelen over de orkestinstrumenten. Verder zweer ik bij analyse. Het is de eerste stap in een studieproces om tot de essentie van een stuk te komen. Je kan niet gewoon bij elke frase iets leuks bedenken. Dan werk je louter volgens het instinct. Ik blijf trouw aan een uitspraak van Bernard Haitink die hij me vertelde toen ik les bij hem volgde: ‘Denken met je hart en voelen met je verstand’. Dat is het evenwicht waar ik naar streef. Doordringen tot de essentie van de muziek gebeurt via de analyse, maar liefst op verschillende manieren. Niet alleen harmonisch, ook in de orkestratie of de structuur. Dat studieproces is heilig. Ik ga enkel voor een orkest staan als ik 100% weet waar ik naartoe wil. Het is een arbeidsintensieve houding.

Hoe sta je tegenover de muziek van Robert Groslot?

Het is een componist met een eigen stem en een fantastische muzikant. Het is een verrijking om met de componist te kunnen samenwerken. Onlangs dirigeerde ik een stuk van Luc Brewaeys met het Symfonieorkest Vlaanderen. Dat was al geprogrammeerd voor hij stierf eind 2015. Er waren zoveel vragen die ik hem had willen stellen. En dat heeft me doen beseffen dat ik ervan moet profiteren om met levende componisten te werken.

03— Welke band hebt u met het orgel, dat een cruciale rol speelt in uw concert met het Antwerp Symphony Orchestra?

De weinige keren dat ik als kind naar de mis ging, bleef ik steeds tot het einde zitten om het orgelspel in al zijn glorie te ervaren. Ik was dan ontroerd door het enorme geluid dat het instrument kon genereren. Ik denk bij orgel niet alleen aan Bach, maar zeker aan Bruckner. Die bedacht de orkestratie van zijn symfonieën vanuit de orgelregistraties. Een paar jaar geleden heb ik het Orgelconcerto van Francis Poulenc gedirigeerd. Het is een aparte werkwijze omdat de solist zo ver weg zit. De visuele samenwerking weegt minder door omwille van de vertraging, zeker in de akoestische setting van een kerk. Bij een violist die naast je staat, lees je van zijn bewegingen meteen af welke kant het opgaat. De samenwerking met een organist is intuïtiever. Je moet uitgaan van het samen voelen. Als je op een lijn wil zitten met de organist, moet je zijn gedachten kunnen lezen. Met de grandioze klank lijkt het alsof er een tweede orkest bij komt. Ik ben alleszins benieuwd naar hoe het vernieuwde orgel in de kathedraal zal klinken.

04— In een zelfgeschreven gedicht uit Saint-Saëns zijn spijt dat hij niet zo baanbrekend is in vergelijking met tijdgenoten. Is een goede componist steeds vernieuwend?

Het is geen noodzaak. Maar als we terugkijken naar de negentiende eeuw, zijn de componisten die we het meeste appreciëren stuk voor stuk vernieuwers. Zelfs een componist als Brahms, niet meteen het prototype van een vernieuwer, heeft grenzen verlegd. Het zit in de architectuur van zijn stukken en hoe hij motieven ontwikkelt. Saint-Saëns is geen groot vernieuwer. Zijn muziek is altijd weer mooi, maar ze blinkt niet uit in een vindingrijkheid die we bij Wagner in dezelfde periode terugvinden. Tegelijk was Saint-Saëns aanwezig bij de première van Le sacre du printemps. Misschien is Saint-Saëns op het einde van zijn leven wel een ‘fossiel’, om het met de titel van een van zijn stukken te zeggen (zo heet een deeltje uit Carnaval des animaux, VR). Vernieuwend staat niet automatisch gelijk met goed. Er zijn nu goedecomponisten aan het werk, die knappe muziek afleveren zonder vernieuwend te zijn. De orgelsymfonie van Saint-Saëns is alleszins van een grote kwaliteit. Het is echt vakwerk als je bedenkt hoe die briljante fuga in het laatste deel is opgebouwd. Een repertoirestuk dat echt de moeite loont om live mee te maken.

05— Het is een uitspraak van Simon Rattle toen hij 21 was. Is het herkenbaar?

De tijden zijn veranderd. Er zijn meer jonge dirigenten aan de slag. Omdat ik aan het begin van mijn carrière sta, moet ik bij elk orkest waar ik debuteer een aantal drempels nemen. Eerst moet ik mij door de familieconcerten murwen voor er grotere opdrachten komen. Dat is een logische gang van zaken: op die manier doe je ervaring op. Maar soms zijn er wanverhoudingen. Bij het ene orkest krijg je een klein project toebedeeld terwijl je 50 km verder bijvoorbeeld het Orgelconcerto van Robert Groslot mag dirigeren. Ik heb intussen Valery Gergiev mogen vervangen bij het Rotterdams Philharmonisch. En bij het Radio Filharmonisch Orkest heb ik de Vierde symfonie van Mahler gedirigeerd in kamerorkestversie. Ik begrijp dat het voor orkesten niet evident is om vertrouwen te geven aan jonge dirigenten. Ik mag niet klagen, want dit jaar heb ik nog amper van die kleine opdrachten. Ik dirigeer vooral in Nederland en België, maar ook Duitsland, Zwitserland en Tsjechië staan op de agenda. In het begin moet je overal je talent bewijzen. Daar stuurt Rattle wellicht op aan: dat men ervan uitgaat dat leeftijd en ervaring samengaan. Maar de jonge generatie heeft zich sneller dan ooit kunnen ontwikkelen. Vroeger moest je als jonge dirigent stuk per stuk je partiturenverzameling opbouwen. Je moest afwachten tot een bepaald stuk tijdens een concert plaatsvond om er een versie van te horen. Nu kan je repertoirestukken meteen ontdekken op internet. Als ik mij wil voorbereiden op Tristan en Isolde liggen er 20 versies voor het grijpen met de beste dirigenten en orkesten op YouTube en Spotify. Je kan veel tijd winnen door te kijken hoe dirigenten een specifiek probleem aanpakken.

06— Wat betekent muziek voor u in het dagelijkse leven, buiten het professionele dirigeren?

Die verslaving aan partituren is er nog steeds. Ik reis voortdurend rond met veel muziekboeken. Soms voel ik me slaaf van de muziek: in hectische periodes waar ik op korte tijd veel nieuwe muziek moet beheersen. Maar het plezier om met muziek om te gaan overheerst. Het is steeds zoeken naar luwe momenten om los van mijn agenda voor het plezier partituren te lezen. Vorige zomer heb ik eindelijk de Ring des Nibelungen gekocht. Ik heb nog niet de tijd gehad om er grondig in te duiken. Maar als ik deze zomer een paar vrije weken heb, dan sla ik meteen die Wagner open, dat weet ik zeker. Of de laatste strijkkwartetten van Beethoven, die wil ik dringend eens bestuderen. Die fascinatie uit de kindertijd is niet alleen gebleven, maar nog gegroeid. Het is echt een toevluchtsoord. Ik kan me uitstekend vermaken, alleen in een kamer met een partituur. VR

Vr 23.06.2017 — 20:00
Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, Antwerpen
Karel Deseure dirigent
Peter Van de Velde orgel
Groslot Orgelconcerto
Saint-Saëns Symfonie nr. 3

Tickets € 30

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s