Ik ben geen showpianist – Liebrecht Vanbeckevoort

Tussen aanhalingstekens

Niets zo gevaarlijk als een sappig citaat. Voor je het weet, verschijnt je terloopse opmerking op borduursels en in dikke bundels tussen de spreekwoorden en adagia. Of nog erger, bovenaan een artikel. Voor onze interviewreeks Tussen aanhalingstekens krijgt pianist Liebrecht Vanbeckevoort zes citaten voorgeschoteld van bekende musici of muziekkenners.

ah1

01- Ben je iemand die tot het einde in de partituur zit of iemand die de geschreven noten liever loslaat?
Ik dompel me eerst onder in de partituur. Een accurate lezing heeft dan de hoogste prioriteit. Nadien verkies ik om de partituur te laten liggen en me op een ongedwongen manier over te geven aan de muziek. Tijdens een soloconcert speel ik uit het hoofd, want als die partituur toch voor mijn neus staat, ervaar ik dat die de grote lijn van een uitvoering stoort.     

Je speelde het Tweede pianoconcerto van Rachmaninov eerder met het Nationaal Orkest van België. Dat was nadat je laureaat werd op de Koningin Elisabethwedstrijd van 2007. Hoe anders is het om het werk nu te herontdekken?
Na het succes in zo’n wedstrijd word je in het concertcircuit gesmeten. Het kunnen helse tijden zijn als je al die nieuwe concerto’s moet instuderen. Volgend jaar ben ik 10 jaar laureaat. Het is heerlijk om de kans te krijgen om zo’n topper uit het repertoire opnieuw te spelen. In de gelaagde muziek van Rachmaninov kan je dan dieper graven. Het is mijn eerste optreden in de nieuwe zaal van deFilharmonie. Het is een voorrecht dat ik daar zo snel na de opening mag spelen. In 2017 voer ik ook het Derde pianoconcerto uit: een zalig vooruitzicht voor een Rachmaninov-liefhebber als ik.  Als ik een stuk herneem, focus ik op alle details in dynamiek en articulatie. Dat zijn finesses die bij een heruitvoering zouden kunnen afvlakken. Ik beluister dan ook andere versies. Als ik een stuk pas ontdek, vermijd ik om opnames te beluisteren. Dat zal een dirigent allicht beamen: vooraleer je zelf de partituur helemaal doorworsteld hebt, is het luisteren naar andere versies doorgaans dodelijk voor de eigen ideeën en fantasie. Je loopt het risico een synthese te brengen van de ideeën van anderen, eerder dan een eigen interpretatie op te bouwen.  

ah2

02- Waar was je op je 22ste niet op voorbereid, na je opleiding en je wedstrijdprestatie?
Ik was zeer jong en heb er geen spijt van dat ik toen al deelnam. Het paste perfect in mijn traject. Je moet op voorhand een enorm repertoire klaar hebben. Je kan niet gewoon die wedstrijdrondes doorlopen, zonder te denken aan een mogelijk vervolg. Het publiek wil je nadien horen in andere stukken. Ik heb wel profijt gehaald uit mijn nieuwsgierigheid. In mijn jeugd en aan het conservatorium kon ik geen uren aan hetzelfde stuk oefenen. Als de concentratie bij het studeren afnam, begon ik iets anders te ontcijferen. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik een breed repertoire heb opgebouwd. Zo heb ik intussen al meer dan dertig verschillende concerto’s kunnen uitvoeren met orkest. Het interview van Paul Lewis in The Guardian vind ik een sterk artikel. Ik ben bijna met alles akkoord: zorg besteden aan de winnaars, zodat ze niet onvoorbereid voor de leeuwen worden gegooid. Of het idee dat een winnaar een management en mentor toegewezen krijgt.

Ik was voorbereid op de wedstrijd op zich, maar niet op alles wat daarna zou komen. Leren hoe je een carrière moet opbouwen, is iets heel anders dan aan de piano nieuwe werken instuderen. Nu vindt de Elisabethwedstrijd opnieuw elke vier jaar plaats, dat is een zegen. Daarvoor was het drie jaar: die snelle opeenvolging van edities geeft weinig ademruimte aan de laureaten. Ideaal gezien zou je een jaar of tien moeten krijgen om het resultaat te verzilveren. Het duurt immers een tijd voor je je identiteit als artiest ontwikkeld hebt. Onlangs was ik zelf jurylid bij een wedstrijd en ik vond het positief dat de punten daar gewoon op tafel komen. Dat is anders bij de Elisabethwedstrijd, waar de stemming gebeurt onder gesloten omslag met het gevolg dat de uitkomst hoogst verrassend kan zijn. Als wedstrijdkandidaat stel je je kwetsbaar op: dan is een transparante beoordeling door een jury – zoals je nu al elders ziet – wat mij betreft aan te bevelen. Paul Lewis haalt ook aan dat je moet leren om uit de ivoren toren te komen. Een band opbouwen met het publiek, tijdens signeersessies bijvoorbeeld, vind ik belangrijk. Sociale media zijn voor mij daarin ook een belangrijke ‘tool’. Ooit was de pianist de onaanraakbare mysterieuze solist: iemand die je enkel van ver zag. Die tijd is voorbij.

ah303- Rachmaninov herstelde van een depressie tijdens of dankzij het schrijven van zijn tweede concerto. Is dat voelbaar?
Die levensperiode van Rachmaninov zit voor mij in de geest van dat stuk. Je ervaart een zoekende componist. Je voelt de bevrijding: het zijn niet de donkere melodieën van de neerslachtige man die hij was na de flop van zijn eerste symfonie. Ik voel in het stuk dat hij als het ware zijn demonen heeft overwonnen. In de eerste vijftien jaar van de twintigste eeuw heeft hij het gros van zijn meest beroemde oeuvre geschreven en het tweede concerto is de aanzet van die vruchtbare periode.    

04- Het citaat verwijst naar Czerny, maar misschien gaat de beschrijving ook op voor Rachmaninov. Mag je als uitvoerder de techniek laten horen of niet? ah4
Bij Mozart is het alvast ondankbaar: daar klinkt alles altijd simpel terwijl het in wezen moeilijk is. Het kan nooit een doel zijn om iets ‘moeilijk’ te laten klinken. Een componist schrijft nooit met die ingesteldheid. Zelfs Rachmaninov niet, die zelf zo’n fantastische virtuoos was. Hij maakte eerder gebruik van zijn persoonlijk technisch potentieel. Nu zijn die concerto’s berucht omdat er vaak wedstrijden mee gewonnen worden, maar zo zijn ze niet bedacht. Natuurlijk wil ik altijd boven de technische moeilijkheden staan, maar de complexiteit mag je niet angstvallig willen verbergen. Soms lukt dat gewoon niet. Ik denk aan alle slotdelen uit de concerto’s van Rachmaninov, die traditioneel het zwaarst zijn. Door de ontspannen manier waarop je aan het klavier zit, kan je het makkelijk doen lijken. Ik ben geen showpianist zoals bijvoorbeeld Lang Lang. Liever de nuchtere Vlaamse redelijkheid voor mij. Ik speel niet om te imponeren met mijn persoon, maar om mijn publiek te raken met mijn visie op Rachmaninov.

ah505- Herken jij die uitputting na een concert?
Een heel herkenbaar gevoel. En zeker van toepassing na het spelen van een Rachmaninov-concerto. Het is vooral een mentale uitputting. Je hoort artiesten vaak zeggen dat ze helemaal leeg zijn na een concert. Ik zou die uitspraak ook anders kunnen stellen: als je niet uitgeput bent, dan hield je misschien niet genoeg van het stuk. Soms word je gevraagd om stukken te spelen waar je zelf niet zo’n fan van bent. Ik denk aan het verplicht werk op de finale van de Elisabethwedstrijd. Dat overkomt mij nu nog zelden. Een van mijn gouden regels is dat ik nooit op een podium sta met een stuk waarmee ik geen affiniteit heb. Mijn artistieke betoog kan dan niet geloofwaardig zijn.

06- Je hebt een kwetsbaar beroep: doe je iets speciaals om handen of oren te beschermen?ah6
Als pianist kan je toch spelen, ook al ben je fysiek niet in topvorm. Bij zangers ligt het anders. Ik heb zelfs al de ervaring gehad dat ik dan beter speel. Dat was eens het geval bij de laatste van zeven uitvoeringen van het Tripelconcerto van Beethoven in deSingel. Ik was zo ziek als een hond en toch was het mijn beste uitvoering. Net omdat je weet dat je niet in optimale conditie speelt, geraak je in een hogere staat van paraatheid en concentratie. Verder ben ik niet paranoia als het gaat om mijn handen of oren. Ik ben iemand die graag tuiniert of kookt, maar de dag van een concert zal ik liever geen ajuin snijden. Het enige waar ik echt voor oplet zijn honden. Zelfs voor honden die ik goed ken, zoals die van Roeland Hendrikx, de klarinettist met wie ik veel samenspeel en met wie ik net een cd heb uitgebracht. Ook al is het een lief beest, toch ben ik op mijn hoede voor de onberekenbaarheid van zo’n dier. Wapperende handen langs een lichaam zijn dan kwetsbaar. Anderzijds zit ik ook elk jaar 40.000 km in mijn wagen: dat is wellicht nog het grootste risico. Maar verder wil ik genieten van het leven, zonder overdreven bezorgd te zijn. VR

Za 11.02.2017 — 15:00
Zo 12.02.2017 — 15:00
Koningin Elisabethzaal, Antwerpen
Pietari Inkinen dirigent
Liebrecht Vanbeckevoort piano
Rachmaninov Pianoconcerto nr. 2
Sibelius Symfonie nr. 5
Tickets vanaf €21
infotickets

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s