‘Steeds op zoek naar de betovering van het nieuwe’ – Philippe Herreweghe

Niets zo gevaarlijk als een sappig citaat. Voor je het weet, verschijnt je terloopse opmerking op borduursels en in dikke bundels tussen de spreekwoorden en adagia. Of nog erger, bovenaan een artikel. Voor onze interviewreeks Tussen aanhalingstekens krijgt Philippe Herreweghe, hoofddirigent van deFilharmonie, zes citaten voorgeschoteld van bekende musici of muziekkenners.

‘De overgrote meerderheid van concertbezoekers zou graag daar zitten, waar men de dirigent van voren ziet.’
Herbert von Karajan

Geldt dat ook voor u?

Veel mensen zijn gefascineerd door wat een dirigent doet. Voor een muzikant is het overduidelijk hoe dat in zijn werk gaat. Maar het merendeel van het publiek is benieuwd naar de mechanismen tussen dirigent en orkest. En enkel met de rug van de dirigent zie je niet veel.

Tachtig procent van wat een dirigent doorgeeft, gebeurt niet eens via die beweging van armen en handen die het publiek ziet, maar vanuit de expressie en de mimiek in het gezicht. Daar blijft het publiek helemaal van verstoken. Ik begrijp dat ze dat graag willen zien.

Het grootste deel van mijn werk gebeurt tijdens de repetities. En zelfs tijdens het concert is mijn eerste contactpunt het orkest, en pas indirect het publiek. Dat men mij ziet of niet, is voor mij van ondergeschikt belang. Persoonlijk zie ik de dirigent ook het liefst van voren, hoewel ik spijtig genoeg niet veel tijd heb om naar concerten te gaan. Dan zie ik hoe hij het aanpakt en leer ik bij.

‘Ik wil de sonoriteit van een orkest niet veranderen: dat is zijn persoonlijkheid. Maar ik wil wel het orkest overhalen om nieuwe inzichten te verwerven.’
Nikolaus Harnoncourt

Dit interview vindt plaats na een repetitie voor een cd-opname met Schubertsymfonieën. Gaat dit citaat ook op voor uw werk daarnet?

Ik denk dat Harnoncourt zelf niet akkoord zou gaan met dat citaat. Een nieuwe visie heeft meteen weerslag op de klank, de twee zijn onlosmakelijk verbonden. Ik werk voornamelijk met twee orkesten. Sinds dertig jaar met het Orchestre des Champs-Elysées dat ik zelf heb opgericht en samengesteld. Daar was vanaf dag één mijn leiderschap over het orkest vanzelfsprekend. Bij deFilharmonie is het geen evidentie dat mijn visie steeds gevolgd wordt, maar ik voel dat het orkest mijn aanpak waardeert en dat mijn ideeën doorsijpelen. Daarom heb ik er veel plezier aan. Het is ook een verhaal dat al lang aan de gang is: vijftien jaar ben ik bij deFilharmonie. Ik heb alle Beethovensymfonieën met het orkest opgenomen. In het begin was dat moeilijk, maar tegen het einde was iedereen in het orkest meer en meer overtuigd van mijn aanpak. We vallen steeds vaker in de prijzen, ook met vorige Schubert-opnames.

Ik vind dat de klank van deFilharmonie soms dicht in de buurt komt van de orkesten die gespecialiseerd zijn in historische uitvoeringspraktijk. Het is niet de bedoeling om die klank te imiteren, eerder om die taal te spreken. Mijn ideaal orkest is niet het Concertgebouworkest. Dat is een waanzinnig goed orkest waar ik veel respect voor heb. Ik heb een paar keer de eer gehad om ervoor te staan. Mijn modelorkest is eerder dat van de Tonhalle Zürich dat lange tijd met dirigent David Zinman gewerkt heeft. Dat is het niveau dat deFilharmonie kan bereiken, zeker als de nieuwe zaal er eindelijk is. Een zaal is voor een orkest als zijn instrument: daar werk je dagenlang. In de beginjaren heeft deFilharmonie nog gerepeteerd in ruimtes die leken op gymnastiek- of theaterzaaltjes. Ook de laatste jaren zaten we gewrongen in de repetitiezaal op het Eilandje. Dat is alsof je als violist alleen op een plastieken viool mag oefenen. Bij gastdirecties ervaar ik hoe belangrijk het is om in goede zalen te repeteren. De psychologische stimulans op de muzikanten is niet te onderschatten.

‘Je suis venu au monde très jeune dans un monde très vieux.’
Erik Satie

Kwamen uw ideeën soms te vroeg? Om misschien later wel aanvaard te worden…

Ik moet terugdenken aan wat een fantastisch avontuur het is geweest, tussen mijn twintig en dertig jaar. Het waren de eerste stappen met het Collegium Vocale, we werkten toen samen met Nikolaus Harnoncourt en Gustav Leonhardt. Toen we voor het eerst de Mariavespers van Claudio Monteverdi uitvoerden ging het niet zo slecht, al zingen we het nu wellicht beter. Maar wat vooral telde: bij het publiek was er niemand die dat werk ooit gehoord had. Die specifieke ervaring om iets nieuws te horen, zowel voor het publiek als voor uitvoerders, dat kan nu niet meer op dezelfde manier terugkomen. Zeker in het repertoire voor symfonisch orkest van Haydn tot Debussy is alle muziek die echt goed is, vaak gespeeld en opgenomen. Je kan ten hoogste Beethoven anders spelen dan Karajan het deed. Maar dat komt neer op een accentverschuiving: het is miniemer dan wat in de jaren zeventig gebeurde toen we meesterwerken van de oude muziek voor de eerste keer herspeelden.  Die betovering kan je nu nog alleen hebben met hedendaagse muziek. Ik ga dit jaar een stuk van Luc Brewaeys dirigeren, maar in mijn concertactiviteit is hedendaagse muziek een zeldzaamheid, tot mijn spijt. Want dat is juist het gevecht dat we moeten aangaan in de nieuwe zaal: nieuwe composities verdedigen en die betovering van het nieuwe blijven opzoeken.

‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus denk ik dat ik het wel kan.’
Pipi Langkous

U zou zich kunnen beperken tot een afgelijnd repertoire. Wat drijft je om seizoen na seizoen nieuwe componisten aan te pakken en nieuwe initiatieven te lanceren?

Ik ben nu intussen helaas 69 jaar. Het leven is kort en ik had nog duizend andere dingen willen doen. Daarom probeer ik om uit die duizend jaar muziekgeschiedenis, toch een fractie van de beste dingen te hebben gespeeld. Veel mensen vragen me hoe ik dat kan: vanuit de barokmuziek uiteindelijk al dat symfonisch repertoire dirigeren. Ik schat dat zeventig procent van de muziek die ik nu dirigeer, niet uit de barok komt. Op dit moment ben ik bezig met de voorbereiding van de Zesde symfonie van Bruckner. Voor mij is er een link van Lassus of Bach naar Bruckner. Die band voel ik niet tussen Bach en Vivaldi. Of Händel, daar heb ik geen voeling mee en zal ik nooit spelen. Ik heb het geluk om altijd te mogen kiezen wat ik dirigeer. Bijna alles wat ik aanpak, zit voor mij in een en dezelfde wereld: het is ‘architectuur-muziek.’ Muziek waar polyfonie inzit: dan kom je vaak uit bij religieuze muziek. Of muziek uit de Duitse invloedsfeer. Mij ga je nooit Puccini zien dirigeren. Er is muziek die ik apprecieer, zoals de opera’s van Benjamin Britten of La Mer van Claude Debussy: ik weet dat het meesterwerken zijn, maar dat is niet voor mij.

‘Treuren om het verleden, hopen voor de toekomst en nooit tevreden met het heden: daar heb ik mijn hele leven aan gespendeerd.’
Peter Tsjajkovski

Dan ligt Tsjajkovski, die u in september speelt, erg ver van die architectuur-muziek? Wat trekt u bij hem aan?

Ik permitteer mij ook zijsprongetjes. En die Tsjajkovski staat ver van mij. Ik ben blij dat ik dat mag doen: die muziek is zo goed geschreven dat het meteen klinkt. Niet kunnen leven met het heden, dat is wel iets voor een artistieke en perfectionistische ziel. Tegelijk is het ook een gebrek aan wijsheid. Ik weet dat Tsjajkovski een gekwelde ziel was maar het is niet een componist die ik door en door ken. Ik ga mij er nog in verdiepen ter gelegenheid van de concerten.
Tsjajkovski is uitzonderlijk als het gaat om de intensiteit van de emotie, niet zozeer voor de constructie in zijn muziek. Intuïtief voel ik aan dat hij niet op kan tegen bijvoorbeeld Bruckner als het gaat om de opbouw van zijn composities.

‘Wat een deugd en wat een troost kan er uitgaan van reisgenoten die dezelfde hoop koesteren en die zwervend op zoek gaan naar dezelfde mysteries.’
Henri Gougaud, L’Inquisiteur

Met sommige solisten en zangers werkt u jarenlang samen. Hoe belangrijk is het om tijdens een concert omringd te zijn met vrienden?

Ik heb mijn specifieke muziekkeuze en de aanpak die daarbij hoort. De uitvoerders die meespelen maken dat verhaal rond. Met een aantal mensen is er bijna een familieband, zoals de violiste Isabelle Faust of Patricia Kopatchinskaja die weer helemaal anders speelt. Bij de pianisten is er Paul Lewis of Martin Helmchen. En nu kom ik op een leeftijd dat ik jonge mensen kan helpen. Ik heb een zekere bekendheid en probeer daar anderen van te laten profiteren.

Ik heb het geluk gehad om veel met Harnoncourt te werken: de zin voor frasering en articulatie heb ik op mezelf verder uitgewerkt. Het is voor mij aangenaam, zelfs vleiend, als topartiesten mij vragen om al eerder af te spreken. Als we een concerto samen spelen vragen ze of ze al een dag eerder dan de officiële repetitie langs mogen komen. Het is bijna lesgeven wat ik dan doe. Ik ga er altijd graag op in want anders is de samenwerking met enkele repetities en concerten heel snel over. De ideale samenwerking is die waar je van elkaar leert. Dat is zeker het geval bij die muzikanten die ik tot mijn muzikale familie reken. En ik ben altijd op zoek naar nog andere mensen van dat kaliber. VR

 

Donderdag 22 september 2016 20:00
Muziekcentrum De Bijloke, Gent
Vrijdag 23 september 2016 20:30
De Roma, Antwerpen
Zaterdag 24 september 2016 20:00
Concertgebouw Brugge, Brugge

Philippe Herreweghe dirigent
Tsjajkovski De notenkraker (selectie)
Tsjajkovski Symfonie nr. 2, ‘Kleinrussische’

Tickets aan €25
infotickets

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s