Schoonheid is de vijand van expressie – Portret Christian Tetzlaff

De geruisloze roem van Christian Tetzlaff

Laat onder muziekliefhebbers de vraag vallen naar de grootste violisten van het ogenblik en de kans is groot dat ze Christian Tetzlaff vergeten te vermelden. Hoe onopvallend hij ook is, de Duitse violist is beslist een van de meest opmerkelijke muzikanten van zijn tijd. Straks stemt hij de snaren voor het vioolconcerto van Jean Sibelius. Portret van een ster zonder kapsones.

Christian-Tetzlaff_20_credit-Giorgia-BertazziHet wil nog wel eens voorkomen dat iemand wereldberoemd, maar toch vrij onbekend is. Zoals de Duitse violist Christian Tetzlaff bijvoorbeeld. Per jaar speelt hij meer dan honderd concerten in Europa, Amerika en Azië. Hij treedt op met de allerbeste orkesten en is de favoriete solist van verschillende meesterdirigenten. Het grote repertoire kent hij als zijn broekzak en zijn uitvoeringen en platen worden steevast onthaald op lovende kritieken. Toch trekt hij zo weinig aandacht dat je haast zou vergeten dat hij een van de beste violisten van het ogenblik is. Geconfronteerd met de opmerking dat veel klassieke muziekliefhebbers nog nooit van hem hoorden, antwoordde Tetzlaff eens kalmpjes in een interview: ‘Ja, das ist normal so.’

Al sinds Niccolò Paganini met zijn fabuleuze vioolkunsten de luisteraar het hoofd op hol bracht, is klassieke muziek in de ban van stervirtuozen en notengoochelaars. Van topviolisten wordt doorgaans verwacht dat ze de meest opwindende geluiden ontlokken aan de klankkast van hun instrument. Tetzlaff staat voor een andere vorm van vioolspelen. Zoals de Finse dirigent Esa-Pekka Salonen ooit over hem zei: ‘Wat me steeds opnieuw opvalt wanneer ik naar Tetzlaff luister en wanneer ik met hem samenwerk, is dat het nooit gaat over de viool. Het gaat om de muziek die tot stand komt, om iets abstracts dat door de viool realiteit wordt. Het komt gewoon zo uit dat hij extreem goed viool kan spelen, maar dat is niet het punt.’

Laatbloeier
Tetzlaff is geen doorsnee vioolvirtuoos. Hij is geen wonderkind dat al met drie jaar op de planken stond, maar op zesjarige leeftijd viool begon te spelen. Hoewel getalenteerd, was hij als kind meer in dino’s en boeken geïnteresseerd dan in muziek. Tot zijn ouders een tweedelige muziekencyclopedie kochten, waarin ook de biografieën van grote componisten opgetekend stonden. Tetzlaff raakte zo verslingerd aan hun levensverhalen dat hij zich met volle aandacht op de muziek gooide. Samen met zijn oudere broer, die piano speelde, begon hij vioolconcerto’s in te studeren en als lid van een jeugdorkest leerde hij het symfonische repertoire kennen.

Mettertijd daagde bij Tetzlaff het besef dat hij van vioolspelen zijn beroep wilde maken. Zijn ouders vonden een nieuwe leraar voor hem, die meteen verbaasd was over zijn muzikale gretigheid. Tetzlaff studeerde aan het conservatorium van Lübeck en toen hij achttien jaar was behaalde hij de tweede plaats op een Duitse vioolwedstrijd. In plaats van een concertcarrière na te jagen, trok hij naar Cincinnati om er zich te vervolmaken bij Walter Levin. Daar legde hij het vioolconcerto van Arnold Schönberg op de pupiter, een werk dat haast niemand op de speellijst had staan. Toen dirigenten als Sergiu Celibidache en Christoph von Dohnányi hoorden over deze getalenteerde jongeman die Schönberg speelde, nodigden ze hem prompt uit voor concerten met hun orkesten in München en Cleveland. In de kranten zongen recensies de lof over deze onbekende violist die de dissonante thema’s van Schönberg kon laten zingen als melodieën van Tsjajkovski. Het was de start van Tetzlaffs internationale carrière.

Onopvallend, dat is het eerste woord dat opkomt wanneer Tetzlaff op het podium verschijnt, maar eens hij begint te spelen, transformeert hij tot een atletische verschijning, die zijn lichaam laat dansen op de maat van de muziek.

Hoe steil het met zijn loopbaan ook omhoog ging, toch bleef Tetzlaff een ingetogen en eenvoudig muzikant die geen haast vertoonde. In tegenstelling tot zijn generatiegenote Anne-Sophie Mutter, die met Herbert von Karajan en de Berliner Philharmoniker optrad toen Tetzlaff voetbal speelde in zijn achtertuin, is hij een laatbloeier. Nederigheid en integriteit zijn de woorden die passen bij zijn bio. Hij heeft geen contract bij een sjiek platenlabel, doet niet aan hippe crossover-projecten, oefent geen opvallende hobby’s uit en zijn Facebookpagina (die door zijn zoon is aangemaakt) heeft nog geen 400 volgers. Alles wat hij bereikte, dankt hij aan zijn vioolspel. Dat hij geen beroemdheid is, stoort hem niet. ‘Al was ik zo beroemd als Maxim Vengerov, ik zou niet vaker willen optreden dan nu’, zo vertelde hij tien jaar geleden aan een Nederlandse krant. ‘Na elke week werk wil ik een week thuis zijn. Waar heb je anders een gezin voor?’ Lange tijd heeft Tetzlaff zijn concertagenda afgestemd op zijn gezinsleven, in plaats van andersom. Nu is hij vijftig, maar nog steeds leeft hij de routine na om meteen na het bisnummer de zaal te verlaten, op weg naar de luchthaven voor de eerste vlucht richting thuisfront. Recent vertelde hij daarover: ‘Toen de kinderen nog klein waren, heb ik me daar erg voor ingespannen. Maar nu de oudste uit huis is, en de andere twee kinderen al ouder zijn, sta ik me toe wat langer te blijven plakken.’

Potje honing
Zo’n vijftien jaar geleden verbaasde Tetzlaff vriend en vijand  door zijn twee dure Stradivariusviolen in te ruilen voor een fonkelnieuw instrument, een viool uit het atelier van de Duitse instrumentenmaker Peter Greiner uit 1999. ‘Niemand hoort het verschil tussen deze viool en een oude Guarneri’, zei hij daarover. ‘Het is een fantastisch instrument met een grote klank.’ Toch is het niet een herkenbaar grootse toon en een romantische vibrato die Tetzlaff in zijn spel nastreeft. Wie naar hem gaat luisteren, vergeet best alle vooropgezette ideeën over hoe een viool moet klinken. Zeker, Tetzlaff kan gloeiende noten uit zijn instrument tevoorschijn toveren. Maar als de muziek het vraagt, kan hij de viool evengoed laten klinken als een slijpschijf of een bamboefluit. Zelf vind hij dat een muzikant zich nooit mag blindstaren op schoonheid, omdat die het muzikale verhaal verblindt: ‘De luisteraar verliest zich wanneer ook willekeurige, onbelangrijke dingen te mooi gespeeld worden.’ Of, zoals hij eens in een masterclass aan studenten vertelde: ‘schoonheid is de vijand van expressie!’

Dat hij niettemin ademberovend mooi viool kan spelen, doet geen afbreuk aan die wijsheid. Toch zal hij alles doen om alleen de muziek te laten primeren. ‘Mijn liefde voor muziek is allesbepalend’, aldus Tetzlaff in een interview. ‘Al speel ik Beethovens vioolconcerto voor de 157ste keer, ik kan er steeds opnieuw enthousiast over zijn. Daar wil ik het publiek in laten delen. Ik wil dat luisteraars via mij de muziek kunnen navoelen, niet dat ze me bewonderen. Ik probeer dus niet tussen het publiek en de muziek in te staan.’

Mijn liefde voor muziek is allesbepalend. Al speel ik Beethovens vioolconcerto voor de 157ste keer, ik kan er steeds opnieuw enthousiast over zijn. Daar wil ik het publiek in laten delen.

Maar om dat resultaat te bereiken, vergiet Tetzlaff wel bloed, zweet en tranen. Eind jaren 1990 stelde hij vast dat hij leed aan dermatitis of huidontsteking: de huid op zijn vingers bleek extreem droog te worden bij lage temperaturen. Als de symptomen ontstaan tijdens het spelen, moet hij extra kracht uitoefenen en zijn vingertoppen in de snaren laten snijden om de juiste toon te treffen. Om de pijn te verzachten, speelde hij met stoffen vingertopjes. Tegenwoordig warmt hij zich met sportoefeningen op in de uren voorafgaand aan het concert, en laat hij de temperatuur in de concertzaal een graadje of twee hoger afstellen. Als het echt nodig is, doopt hij de vingers van zijn linkerhand in een potje honing om de huid soepel te maken.

Buikgevoel
Onopvallend, dat is het eerste woord dat opkomt wanneer Tetzlaff op het podium verschijnt. De professorale bril die aan het begin van zijn carrière droeg, heeft hij ingeruild voor contactlenzen en ook de haren zijn wat wilder en langer dan vroeger. Maar eens hij begint te spelen, transformeert hij tot een atletische verschijning, die zijn lichaam laat dansen op de maat van de muziek. De gereserveerde en intellectuele indruk die hij maakt, verdwijnt meteen wanneer hij zich vol overgave op de muziek gooit. Zijn kennis en expertise stelt hij volledig ten dienste van de muziek. Zoals zijn vriend en pianist Lars Vogt ooit zei: ‘Ik ken haast niemand die zoveel weet over muziek en die tegelijk zo’n intuïtief en wild muzikant is, iemand die musiceert vanuit de buik.’

Ook Tetzlaff zelf vindt dat muziek meer een zaak van voelen is dan van denken. In een profielportret van The New Yorker vertelde hij daarover in quasi-mystieke termen. ‘Musiceren is de job die het meeste te maken heeft met het geloof in het bestaan van een ziel. Ik houd me bezig met de ziel van Berg, de ziel van Brahms: dat is mijn job. Je kan me tegenspreken, maar ik vind dat muziek de meest geavanceerde verwezenlijking van de mensheid is, meer dan schilderkunst of literatuur. Omdat het mysterieuzer is, magischer. En het werkt op een directe manier. De moeite om lood om te toveren in goud is niks vergeleken met het oppakken van een mechanisch ding als een instrument, een snaar en een strijkboog, en die te gebruiken om een menselijke ziel te evoceren die al eeuwenoud is.’ TJ

Donderdag 6 oktober 2016 20:00
Salle Philharmonique de Liège, Luik
Vrijdag 7 oktober 2016 20:00
Zaterdag 8 oktober 2016 20:00
deSingel, Antwerpen

Edo de Waart dirigent
Christian Tetzlaff viool
Sibelius Vioolconcerto
Nielsen Symfonie nr. 5

Tickets van €25 tot €35
infotickets

Categorieën:Portret

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s