Nacht in Andalusië

Manuel de Falla’s Noches en los jardines de España

andalusieManuel de Falla schreef zijn Noches en los jardines de España (Nachten in de tuinen van Spanje) in een periode waarin men al eens grapte dat de beste Spaanse muziek Frans was. Het waren immers voornamelijk Franse meesters als Debussy (Iberia) en Chabrier (España) die het symfonische repertoire verrijkten met de Spaanse volksmuziek. De volbloed Spaanse componist verwees dit vooroordeel naar het land der fabeltjes met zijn drie symfonische impressies van het nachtelijke Andalusië. Hoewel hij zelf geboren werd in het zuiden van Spanje, had de Falla de Andalusische steden Granada en Córdoba nooit bezocht en zijn toonschilderingen baseerde hij dan ook op beelden en poëtische beschrijvingen van de tuinen. De drie delen van het werk noemde hij zelf ‘nocturnes’, en een mysterieuze nachtelijke sonoriteit doorspekt inderdaad de muziek. Met de piano als gids beeldt de Falla een prachtig avontuur uit doorheen de Spaanse natuurpracht van Andalusië.

Net als vele landgenoten voelde Manuel de Falla zich al op jonge leeftijd sterk aangetrokken tot de Franse muziektraditie. In 1907 had hij genoeg geld bijeen gespaard voor een tocht naar Parijs: hij plande in zeven dagen de culturele hoofdstad te verkennen, maar bleef er uiteindelijk zeven jaar hangen. De Falla kon er immers genieten van de muzikale invloed van onder meer Debussy, Ravel en Dukas, van wie hij de gevoeligheid overnam van muzikale kleuren en het meesterschap van het orkestreren. De inspiratie voor de kleurrijke impressie van drie Spaanse tuinen bereikte de Falla via een omweg. Het ontstaan van het werk gaat terug tot het jaar 1909, toen de componist in een brief aan zijn familie in Madrid vraagt om hem een exemplaar toe te sturen van Jardins d’Espanya, een boek van de Catalaanse kunstschilder en auteur Santiago Rusiñol, met een verzameling schilderijen van tuinen in Granada. Rusiñols beelden, vol melancholische schoonheid en evocaties van de mysteriositeit van de nacht, bepaalden in grote mate de klankwereld van de Falla’s Noches en los jardines de España. De Falla verzamelde ook ander artistiek bronnenmateriaal: het reisverhaal Granada van Gregorio Martínez Sierra, de latere librettist van de Falla’s ballet El amor brujo, noemde hij ‘mijn emotionele gids’, en het hoofdstuk over Sevilla in Rubén Darío’s Tierras solares voorzag hij van talloze aantekeningen. De Falla schreef zijn Noches en los jardines de España oorspronkelijk voor solopiano, maar op aanraden van pianist Ricardo Viñes herwerkte hij de nocturnes voor piano en symfonisch orkest. De symfonische versie ging in 1916 in première in Madrid.

Deze specifieke ontstaanscontext verklaart trouwens ook het verschil tussen dit driedelig symfonisch werk en een traditioneel pianoconcerto. Hier verschijnt de piano inderdaad als een soort hoofdpersonage, maar gaat niet met alle aandacht lopen. Meer dan bij het wedijverende concerto het geval is, voegt de piano hier eerder een subtiel timbre toe en wordt de pianoklank opgenomen in de totale orkestrale textuur. In de drie delen stelt de Falla alle muzikale parameters ten dienste van een Spaanse volksklank, met ook enkele invloeden van de Moorse cultuur die Andalusië gedurende eeuwen overheerste. Het kleurrijke gebruik van de instrumenten en de moderne harmonisatie toont dan weer de invloed van de Falla’s Franse collega’s.

In het openingsdeel In de Generalife verklankt de Falla de jasmijn-geurende tuinen in de Generalife, het paleis in Granada waar de Moorse sultans in de veertiende eeuw hun zomer doorbrachten, op een steenworp van het majestueuze Alhambra. De tuinen van de Generalife zijn een sterk staaltje van middeleeuwse tuinarchitectuur, vol waterpartijen, zuilengaanderijen en bloemenperken. Uit een mistig sfeertje dat de strijkers zetten, doemt de piano op met arpeggio’s als fonteinen die fonkelen in het maanlicht. De korte melodische impulsen en arabeske-achtige versieringen dragen bij tot het Spaans-Arabische karakter. De tweede beweging Dans in de verte is minder specifiek wat geografie betreft, maar de zinderende tremolo’s in de hoge strijkers dompelen de luisteraar in de broeierige Andalusische nacht. Vooral de piano wekt gitaarimpressies door trillers en grillige opwellingen. De piano maakt de overgang naar de finale in een vurig ritmisch loopje van gebroken octaven, als het klakken van de hielen bij het dansen van de flamenco. De slotepisode, In de tuinen van de Sierra de Córdoba, speelt zich af in de tuinen rond het Noord-Andalusische Córdoba. De rapsodische pianopartij klinkt als een instrumentale ‘cante jondo’, de wispelturige zangstijl van de flamencomuziek. De Falla’s neus voor kruisbestuiving komt in dit slotdeel het meeste tot zijn recht: net als de tuinen en de forten rond de Moorse stad Córdoba is de Falla’s muziek een evenwichtige mix van Spaanse en Moorse invloeden. De tollende bewegingen die deze finale zo dynamisch maken, zijn een evocatie van de traditionele Arabische Sufi-dansen. In zijn voorwoord tot de eerste uitgave beklemtoont de Falla evenwel dat zijn muziek niet als descriptief mag worden beschouwd. Eerder klinken deze symfonische impressies als subtiele echo’s van de Andalusische nacht: mysterieus en bovenal nostalgisch. AH

Zaterdag 12 november 2016 20:00
deSingel, Antwerpen

Jun Märkl dirigent | Steven Osborne piano
Debussy Images
de Falla Noches en los jardines de España
Ravel Rapsodie espagnole

Tickets van €25 tot €35
infotickets

Categorieën:Verdieping

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s