10 vragen voor… Raphael Bell

Raphael Bell1. Waarom heb je voor jouw instrument gekozen?
Toen ik 10 jaar was, mochten we op school allemaal een instrument kiezen. Ik wou eigenlijk viool spelen, maar mijn zus was net met viool begonnen, dus stopte mijn muzieklerares een cello in mijn handen. Ik speel ontzettend graag de melodie, maar gelukkig krijgen cellisten die ook vaak. Ik vond het leuk en ben bij de cello gebleven.

2. Wanneer wist je dat je professioneel muzikant wilde worden?
Dat duurde wel even, want ik ben niet opgegroeid in een omgeving met veel professionele muzikanten. Samen met mijn ouders ging ik vaak naar concerten en er was altijd wel muziek aanwezig. Ik zat in het jeugdorkest en het schoolorkest en volgde muziekles, dus ik speelde veel muziek, maar ik deed ook aan sport en had nog veel andere hobby’s. Op een bepaald moment, ik denk in de middelbare school, ben ik beginnen beseffen dat ik echt wel graag cello speelde, dat ik er goed in was en dat ik mezelf ermee kon onderscheiden. Dus toen dacht ik: misschien moet ik hierin wel verdergaan. Ik heb ingangsexamen gedaan bij verschillende scholen en werd toegelaten tot Juilliard in New York. Daar had ik een geweldige leraar en de tijd van mijn leven.

3. Als je geen muzikant zou zijn geworden, wat dan wel?
Het is de droom van elk kind om voetballer te worden, maar ik was ook altijd erg geïnteresseerd in politiek. Ik denk dat ik wel graag diplomaat zou zijn geworden. Ik woon graag in het buitenland en ik hou van verschillende culturen. ik hou ervan een common ground te vinden tussen verschillende mensen en culturen.

4. Welke eigenschappen van je instrument sluiten aan bij je persoonlijkheid?
Specifieke eigenschappen benoemen vind ik moeilijk, maar wat ik zo geweldig vind aan de cello, is dat je vaak de baslijn speelt en dus voor de basis zorgt, maar tegelijkertijd ook regelmatig de kans krijgt om op het voorplan te treden met de mooiste melodieën.

5. Heb je een leuke anekdote uit je studententijd?
Ik stond met een trio geprogrammeerd op een festival en het concert werd live uitgezonden op de radio. We speelden een trio van Sjostakovitsj. Mooie muziek, maar met een moeilijke opening voor de cello. ik doe mijn ogen dicht en begin te spelen, maar wanneer ik naar de partituur wil kijken, merk ik dat ik die niet heb opengedaan. Gelukkig was ik goed voorbereid en kende ik het stuk van buiten. Toen heb ik mijn les wel geleerd: nu zorg ik er altijd voor dat alles klaarstaat wanneer ik begin.

6. Wie is je grote voorbeeld?
Dat is er meer dan één. Ik denk bijvoorbeeld nog elke dag aan Harvey Shapiro, mijn leraar aan Juilliard. Hij was een geweldig muzikant en cellist en was al in de tachtig toen ik bij hem les volgde. alle studenten hadden een haat-liefdeverhouding met hem: hij riep vaak tegen ons, maar nam ons evengoed mee uit eten. Hij was bijzonder charismatisch en ik ben blij dat ik heb kunnen leren van zo’n begenadigd muzikant. Hij kon zo krachtig en mooi spelen dat je tot tranen toe werd bewogen. Claudio Abbado is ook zo iemand. Hij heeft me mee gevormd tot de orkestmuzikant die ik nu ben. Zijn visie op samen spelen en de dingen waarop hij de nadruk legde en waarover hij praatte, hebben een grote invloed op mij gehad. Als cellist is Steven Isserlis een groot voorbeeld voor mij. Hij slaagt erin om je te doen vergeten dat hij op een cello speelt, hij zingt op zijn instrument. En dat vind ik ongelooflijk inspirerend.

7. Wat is je favoriete compositie?
Het Strijkkwintet van Schubert, omdat het de mooiste muziek is die ooit geschreven werd. Er zit zoveel gevoel, zoveel diepte in. I love it.

8. Wat is je klassieke muziek-droom?
Ik droom ervan om mezelf steeds te blijven verbeteren, te blijven leren en te blijven delen. Ik begin nu meer les te geven en ik hou ervan om mijn ervaringen te delen en jonge mensen aan te moedigen om zonder angst te spelen en zich volledig over te geven aan de muziek. Er zit een duidelijke evolutie in mijn carrière, van kamermuziek en samenwerkingen met geweldige muzikanten in verschillende orkesten tot eerste solist cello bij deFilharmonie en sinds de laatste 2 jaar ook mijn eerste stappen als dirigent.

9. Wie mag er aanschuiven aan je droomdiner (dood of levend)?
Ik zou het geweldig vinden om Beethoven en Mozart te horen spelen. Mozart moet hilarisch geweest zijn. Het was ongetwijfeld dolle pret om met hem aan te tafel te zitten, en gemakkelijker om mee te praten dan met Beethoven. Ik zou vooral componisten uitnodigen, maar ook Thomas Jefferson. Hij was de derde president van Amerika en een erg erudiet man. Hij is van dezelfde stad als ik. Hij schreef de Declaration of Independence, stichtte de universiteit van Virginia en speelde viool.

10. Welke muziek mag er op je begrafenis gespeeld worden?
Het ongelooflijk mooie duet aan het einde van Aïda. Het Strijkkwintet van Schubert is ook geen slechte keuze, maar het is wel lang. Weet je, mijn vrienden mogen iets spelen en ze mogen zelf kiezen wat. HS

Raphael Bell is eerste cello solo bij deFilharmonie.

Categorieën:10 vragen voor...

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s