‘Ravel was een compositorisch genie’ – Pierre Drevet

Jazztrompettist Pierre Drevet bewerkt Ravel voor Big Band

Met Big valses gooit het Brussels Jazz Orchestra (BJO) zich op het werk van de Franse componist Maurice Ravel. Ravels draaikolkachtige orkestwalsen inspireerden trompettist Pierre Drevet, lid van het BJO, tot een versie voor jazzorkest. In zijn Big valses komen de werelden van de big band en Ravels Valses nobles et sentimentales samen.

Trompettist Pierre Drevet woont in het kleine dorpje Le Pin, tussen Lyon en Chambéry, waar hij les geeft aan het conservatorium. Hij doceert er jazztrompet, jazdrevet 2zharmonie en jazzarrangement. Maurice Ravel was altijd al in zijn persoonlijke muzikale leven, want hij studeerde eerst klassieke trompet en harmonie.

‘Let op, ik ben een jazzman’, waarschuwt Drevet. ‘Daarom ben ik zo tevreden dat ik dit project met het BJO en deFilharmonie kan realiseren, omdat ik Ravels muziek nog nooit heb gespeeld als muzikant op een podium.’

Maurice Ravel (1875-1937) schreef zijn belangrijkste werken in de periode dat de jazzmuziek ontstond en liet zich hier graag door beïnvloeden. Hij wordt altijd als een Franse componist beschouwd, hoewel hij deels Baskisch, deels Zwitsers van oorsprong was. In die zin was hij een culturele bastaard, net zoals de jazz dat is.

Pierre Drevet, kent u Ravels oeuvre goed?
Jawel. Ik vind zijn harmonieën en melodieën perfect. Daar kun je niets aan toevoegen. Ik bewonder zijn compositorisch genie en zijn talent voor orkestratie. Bij andere componisten heb ik soms een gevoel van ‘Hé, daar kon het anders!’. Dat heb ik nooit bij Ravel. Hij geeft steeds de indruk harmonieën in te kleuren, en dat bevalt me erg goed. Zijn muziek is nog altijd fris en actueel, ze kon gisteren geschreven zijn. Het is geen hedendaagse muziek, maar met haar heldere melodieën en bijna eenvoudige harmonieën is ze zoals de beste jazz-standards. Je kan ze spelen, arrangeren of doen klinken zoals je wilt, met gelijk welke formatie. Volgens mij is hij een van de grootsten. Hij kan instrumenten prachtig laten klinken, hij wist precies wat een instrument aankon. Soms schreef hij heel moeilijke dingen, maar het was altijd haalbaar.

Hoe ontstond het idee om zijn Valses nobles et sentimentales te bewerken?
Op een dag liet Frank Vaganée, de artistieke leider van het BJO, me een versie horen van Ravels Le tombeau de Couperin in een magnifieke bewerking van de Duitse jazzpianist en arrangeur Florian Ross. Toen ik dat arrangement hoorde, was ik vertrokken. Ik denk dat het in Singapore was dat ik wat op mijn computer zat te werken, ergens in een hotellobby of in een luchthaven. Frank zat naast mij en ik toonde hem waar ik mee bezig was. Hij wilde het even goed bestuderen en een week later waren er al twee concerten vastgelegd, in Brugge en in Antwerpen!

Was het uw droom om een ontmoeting op te zetten tussen deze impressionistische muziek en de jazz door middel van een big band?
Misschien was het ook de droom van Ravel. Hij leefde in de periode waarin de jazz opbloeide en ik ben er vrij zeker van dat hij naar jazz luisterde. Ik nam de thema’s van Ravel en heb die bewerkt zoals een jazzarrangeur dat doet: het zijn nog steeds walsen, maar dan wel ‘jazz’-walsen.

De originele Valses nobles et sentimentales omvatten acht nummers en duren ongeveer 15 minuten. Is uw werk even lang?
Nee, ik heb er een heuse suite van ongeveer een uur van gemaakt. Dat komt door de manier waarop ik de thema’s ontwikkel. Terwijl ik aan het schrijven was, had ik steeds de solisten van het orkest in gedachten. Ik wilde dat iedereen een deel van de taart kreeg. Naast de solisten leidt de leadtrompettist mee het orkest. De bastrombone kleedt de muziek aan en geeft warmte aan de akkoorden en de drie secties. Intussen hebben we met het BJO ook een ‘impressionistisch’ programma, Atmosphères, uitgewerkt. Daarin spelen we de Big valses naast Ravels Le tombeau de Couperin in de bewerking van Florian Ross. We vullen die muziek aan met een bewerking van Jeux de vagues van Debussy en Jeux de reflets et de la vitesse gebaseerd op Satie door Bert Joris.

Ravels stuk is een reeks van acht walsen: hoe zorgt hij voor variatie?
De muziek is geïnspireerd door de walsen van Schubert, die Ravel erg bewonderde. Maar zelfs al is het een hommage, Ravel doet er toch zijn eigen ding mee. Het zijn geen thema’s die worden herhaald: elk stuk is anders, er is altijd een andere harmonisatie, een andere tegenzang. Met zijn grandioze orkestratie vervormt hij de natuur van akkoorden. Het is buitengewoon, zoals hij een orkest laat klinken. Hij heeft het werk eerst voor piano geschreven in 1911 en een jaar later voor orkest. Ik prefereer de orkestversie. Zelfs als hij voor duo of trio schrijft, heb je wel de indruk dat er meer instrumenten aan het spelen zijn. Ravel plaatst tegenover de eenvoud van de wals elke subtiele nuance van zijn geavanceerde harmonische stijl. Hij is op een fijnzinnige wijze authentiek.

Het werk ontstond net voor de Eerste Wereldoorlog. Vertelt deze muziek iets over die periode waarin ze ontstond?
Ravels walsen zijn somberder, meer ambigu dan die van Schubert. Ik heb geen sociale analyse gemaakt van de muziek uit die tijd, maar deze walsen zijn resoluut modern en gekleurd door de tijdsgeest. Elke componist valt terug op zijn voorgangers en voegt een toets van moderniteit en vernieuwing toe. Hij was in elk geval een van de beste componisten uit die periode.

drevet 3
U maakt sinds twaalf jaar deel uit van het BJO. Hoe bent u daar als Fransman terecht gekomen?
Ik heb in 1995 in het Orchestre National de Jazz de France gespeeld en toen kwam BJO-trompettist Serge Plume zes maanden meedoen. We raakten bevriend en vijf jaar later nodigde hij me eens uit voor het BJO. Ik ben er gebleven en ik ben er zeer tevreden. Dat orkest heeft me veel bijgebracht en ik hoop dat het wederzijds is. Om die muziek van Ravel te spelen, zoals ik ze heb bewerkt, heb je een uitstekende band als het BJO nodig.

U noemt de big band een ‘mythische formatie’, zoals een symfonisch orkest. 
Net zoals een kwartet of een symfonisch orkest is de big band uitgegroeid tot een klassieke formatie. Een big band is een zeer aangename machine. Zeker op dit niveau. Alleen verliest de big bandtraditie terrein. In Frankrijk is de professionele big band verdwenen. Ik heb in de laatste gespeeld: de Paris Jazz Big Band, die drie jaar geleden ophield te bestaan. In Nederland heb je er nog een paar, en in Duitsland zijn er nog vier of vijf. Maar in België heb je alleen het BJO.

Zullen de puristen aanvaarden dat u aan klassieke muziek raakt?
We zien wel, ik heb geen problemen met kritiek. Als je iets doet, heb je altijd voor- en tegenstanders. Vandaag is er al een veel betere verstandhouding en zelfs vermenging tussen klassieke muzikanten en jazzmusici dan vroeger. Ik weet het, ik raak aan een patrimonium. En jawel, ik stop er al eens een dwarsfluit tussen of een Afrikaanse ritme in 12/8. Maar het is mooie muziek. Voilà. KVK

Nobele dansen, sentimentele walsen en decadente tango’s met deFilharmonie en het Brussels Jazz Orchestra. Op 27 november in het Concertgebouw in Brugge en op 28 november in deSingel in Antwerpen.
infotickets

Categorieën:Interview

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s