Muziek leeft! – 150 jaar Carl Nielsen

_8

Het is een onwaarschijnlijk, kosmisch toeval dat de twee grootste componisten uit het hoge noorden in hetzelfde jaar geboren zijn. De Fin Jean Sibelius en de Deen Carl Nielsen vieren beiden in 2015 hun honderdvijftigste verjaardag. De werkelijk sensationele kwaliteit van hun orkestmuziek staat niet ter discussie, maar ook in dit feestjaar zal je de werken van Sibelius vaker horen dan die van Nielsen. Niet bij deFilharmonie, dat eind november uitpakt met een zeldzame uitvoering van Nielsens fabuleuze fluitconcerto. Een portret van deze Deense dwarskop.

In 1894 trok de jonge componist Carl Nielsen naar Wenen om er zijn Eerste symfonie voor te leggen aan Johannes Brahms. Spanning hing in de lucht. De illustere symfonicus, een geboren Noord-Duitser en vurig nationalist, had niets dan minachting voor Denemarken, dat in 1864 een zware nederlaag had geleden in de oorlog met Pruisen om de hertogdommen Sleeswijk en Holstein. ‘Elke keer ik een andere kant opkeek, bestudeerde Brahms me aandachtig, alsof hij me inspecteerde’, schreef Nielsen in een brief aan zijn leraar in Kopenhagen. ‘Wat hij dacht van mijn antwoorden, mijn verschijning of wat dan ook: dat ben ik niet te weten gekomen.’

Jaren later heeft Brahms wel een beleefd woordje over Nielsens Eerste symfonie gesproken, maar dat hij de muziek ook echt goed heeft gevonden, is moeilijk te geloven. Al in de openingsmaten trapt Nielsen de goede orde aan gruzelementen. Twee toonsoorten (de ene stralend C groot, de andere schaduwachtig g klein) snijden dwars door elkaar. Het is een typisch gebaar voor Nielsen, die veel van zijn composities laat beginnen met knallende gestes en flitsende actie. De Tweede symfonie barst los met een explosief ‘allegro collerico’. Nielsens Vierde symfonie, toepasselijk ‘De onuitblusba re’ genoemd, blaast als een verwoestende orkaan in de concertzaal. ‘Een kunstenaar die handig is met zijn vuisten zal zichzelf een lange, postume reputatie bezorgen’, schreef de jonge Nielsen in zijn dagboek. ‘Alle grote componisten hebben hun tijdgenoten een blauw oog geslagen!’ Vrijwel al zijn muziek deelt klappen uit. De start van het Vioolconcerto begint er zelfs mee: één gespierde uppercut in c klein en de viool lijkt van slag het noorden kwijt.

Morbide neiging
Nielsen werd geboren in 1865 op het Deense eiland Funen, in een straatarm gezin met twaalf kinderen. ‘Bij momenten konden we de eindjes niet aan elkaar knopen’, zo herinnerde de componist zich in zijn autobiografie Min fynske barndom (‘Mijn kindertijd in Funen’), ‘Een keer, toen mijn vader van huis was om op huwelijken en communiefeesten te spelen, was al het geld op en hadden we boter, kaas noch vlees om op het brood te doen, laat staan warm eten.’ Om geld te verdienen kluste de jonge Nielsen bij als geitenhoeder en speelde hij samen met zijn vader (een veteraan van de Deens-Pruisische oorlog) in lokale dansorkestjes. Op veertien jaar werd hij korporaaltrompettist in de militaire kapel van Odense, waar hij zich liet opmerken als een getalenteerd muzikant. Dankzij de steun van lokale politici trok Nielsen in 1884 naar het conservatorium van Kopenhagen om er viool te studeren. Na zijn studies belandde hij als violist in de Koninklijke Deense Kapel, waar hij zestien jaar als muzikant actief bleef.

Intussen liet hij ook als componist van zich horen. Tijdens een buitenlandse studiereis wekte hij met zijn eerste strijkkwartet de aandacht van violist Joseph Joachim, maar zijn liederen op teksten van Jens Peter Jacobson ontlokten een criticus het commentaar dat Nielsen er met zijn ‘groffe harmonieën en moeizame modulaties’ als componist ‘op staat om alles anders te doen dan de rest’. Een andere recensent beschuldigde hem ervan ‘een morbide neiging tot originaliteit’ te vertonen, en in de krant werd hij omschreven als een ‘kind dat met vuur speelt’. Als componist ontwikkelde Nielsen inderdaad een dwarskoppige stijl vol urgente ritmes en tonale dwaalwegen, die in eigen land niet onmiddellijk in de smaak viel. Zijn sprankelende opera Maskarade was een bescheiden succes, maar toch zou het duren tot 1911, met de premières van zijn zangerige Derde symfonie en het virtuoze Vioolconcerto, vooraleer publiek en critici het erover eens raakten dat Nielsen een componist van uitzonderlijke klasse was.

Als componist ontwikkelde Nielsen een dwarskoppige stijl vol urgente ritmes en tonale dwaalwegen.

Nielsen had een gave om originele melodieën te schrijven die met weerhaakjes in de oren blijven hangen. Tal van zijn liederen werden klassiekers en kregen een vaste plek in het nationale volksliedboek, dat nog steeds gebruikt wordt in het Deense onderwijs. De liefde voor simpele, krachtige melodieën en folkloristische toonladders maakt hem tot de natuurlijke gelijke van zijn tijdgenoot Béla Bartók. ‘Volksliederen liggen me nauw aan het hart’, schreef hij. ‘Wanneer ik een bepaalde melodie schrijf, lijkt het wel alsof ik ze niet componeerde, maar dat ze bedacht werd door mijn vrienden, bloedverwanten en landgenoten.’

Tegelijk bleefNielsen een progressief componist die harmonische regio’s tegen elkaar op liet botsen en er plezier in schiep om muzikale motieven te verhaspelen, op te hakken en te verbrijzelen. Omstreeks 1914 ontwikkelde hij naar eigen zeggen een ‘organische’ schriftuur, waarbij hij de muziek zichzelf liet ontwikkelen in plaats van op voorhand alles uit te schetsen. Dat leverde enkele verschroeiend intense partituren op, zoals de roekeloze Vierde symfonie, die op de triomfantelijke première insloeg als een bom. In de Vijfde symfonie liet hij het orkest uiteenvallen in ziedende strijkers en houten, hymnische hoorns, militaire trompetten en een tuchteloos snaterende kleine trom. Nielsens Zesde symfonie brokkelt uiteen in diverse kamermuziekgroepjes, en besluit met een carnavaleske wirwar aan noten.

Onuitblusbaar
Nielsens beste muziek is vaak hyperenergiek, maar herhaalt zich nooit. Ook zijn meer subtiele composities, zoals het orkestwerk Pan en Syrinx (waarin slagwerk heel suggestief wordt aangewend en strijkers dissonant glimmende akkoorden spelen), bezitten een vrijzinnigheid die Nielsen vergeleek met het leven zelf. ‘Als muziek een menselijke gedaante zou aannemen en haar essentie zou uitleggen’, zo staat in zijn essaybundel Levende muziek te lezen, ‘dan zou het dit zeggen: “Ik leef tienmaal intenser dan elk levend ding, en sterf duizendmaal dieper. Ik houd van het uitgestrekte oppervlak van de stilte, en het is mijn liefste wens het kapot te breken.”’

Is het een toeval dat Nielsen zich aangetrokken voelde tot blazers, die pas door ademhaling een levende klank kunnen voortbrengen? Na voltooiing van zijn houblazerskwintet in 1922 vatte Nielsen het plan op om voor elk van de vijf instrumenten uit dit werk (fluit, hobo, klarinet, fagot en hoorn) een concerto te schrijven. De concerto’s voor fluit en klarinet die Nielsen kon voltooien, demonstreren zijn bijzondere veelzijdigheid. ‘De fluit kan zijn echte natuur niet verloochenen’, aldus Nielsen, ‘het instrument komt uit Arcadia en prefereert landelijke gevoelens.’ Toch is het Fluitconcerto – dat eind november op het programma staat van deFilharmonie – een opvallend pittig, schizofreen werk dat alle vooroordelen over dit instrument van tafel veegt. Nielsen opent met een flitsende intro, waaruit de fluit zich losmaakt met vlinderende, virtuoze notenslierten, ‘alsof het op zoek is naar iets, tot het een beslissend motief te pakken krijgt’. In de tweede beweging krijgt de fluit het onverwachte gezelschap van een solotrombone, die de fladderende fluit becommentarieert met stuntelende gebaren.

‘Muziek is leven, en zoals het leven: onuitblusbaar’, schreef Nielsen over zijn Vierde symfonie. Hetzelfde geldt voor al zijn muziek: elke noot die hij neerschreef, zindert van energie en levenslust. Honderdvijftig jaar na Nielsens geboorte zit er nog geen spatje roest op zijn geniale dollemanswerk.

Snelcursus Nielsen
U wil de muziek van deze deense dwarsligger ontdekken, maar weet niet waar te beginnen? Wie het veelzijdige muzikale universum van Nielsen wil exploreren, maakt een goede start met deze vijf composities.

Maskarade (Ouverture) (1906)
Toen bekend raakte dat Nielsen omstreeks 1905 een opera plande rond de achttiende-eeuwse komedie Maskarade van toneelschrijver Ludvig Holberg, haalde hij zich de woede van Deense theaterpuristen en critici op de hals. Maar toen het werk een jaar later in première ging, was de ontvangst niet minder dan blij en uitgelaten. De korte, briljant georkestreerde ouverture vat moeiteloos de vermakelijke sfeer van het gemaskerde bal waar twee jonge mensen elkaar toevallig ontmoeten en elkaar hun onsterfelijke liefde verklaren. Feestelijk flitsende strijkers, spitse interventies in de houtblazers en prettige paukenslagen laten meteen horen waarom deze Mozartiaanse ‘opera buffa’ dé Deense nationale opera is geworden.

Derde symfonie, ‘Sinfonia espansiva’ (1910-11)
Nielsens Derde symfonie breekt de stilte met één enkele, luide noot (a), die steeds sneller gaat stompen, alsof het orkest een machine is die op kruissnelheid komt. ‘Onder grote druk’, aldus Nielsen, breekt dan een bruisende en aanstekelijke beweging los. Opmerkelijk is het tweede deel (Andante pastorale), dat volgens Nielsen ‘het sterke natuurgevoel van de mens’ symboliseert. In de slotmaten van dit deel zingen twee zangers een woordeloze vocalise. De keuze voor een man (bariton) en een vrouw (sopraan) versterkt de indruk dat Nielsen een soort paradijselijke oertoestand met Adam en Eva tevoorschijn roept.

Chaconne (1917)
Op pianorecitals zal je de muziek van Nielsen maar zelden aantreffen. Onterecht, want ook al componeerde hij weinig pianomuziek en was hij opgeleid als violist, toch heeft hij prachtige klavierstukken op zijn palmares staan. Nielsens prachtige Chaconne knipoogt zowel naar de beroemde vioolchaconne van Bach als naar de vele pianotranscripties die ervan in omloop waren. Het principe van een variatiereeks op een steeds weerkerende basmelodie inspireerde hem tot een meesterlijke compositie waarin alle uitersten van het toetsenbord verkend worden. Neoklassieke muziek die toch niet klinkt als tweederangs Bach.

Lente in Funen (1922)
Hoewel zijn professionele leven zich grotendeels in Kopenhagen afspeelde, was Nielsen er trots op geboren te zijn op het landelijke eiland Funen, dat ‘de tuin van Denemarken’ genoemd wordt. Niet alleen schreef hij met Min Fynske Barndom (‘Mijn jeugd op Funen’) een succesvolle autobiografie, hij componeerde ook tal van werken met de natuur van zijn heimat in het achterhoofd. Zo was er de cantate Fynsk Foraar (‘Lente in Fynen’) uit 1922, die geschreven werd als een ode aan de Deense natuur. Grasvelden, waterlelies, volksdans en appelbloesem: erg opwindend kan je de tekst van Aage Berntsen niet noemen, maar Nielsen schreef er wonderlijke muziek bij. De componist gaf het werk de ondertitel ‘Lyrische humoreske’ mee, waarmee hij ‘de lichte en levendige stijl’ van deze compositie onderlijnde.

Klarinetconcerto (1928)
‘Nielsens liefde voor houtblazers’, zo schreef zijn biograaf Robert Simpson, ‘is onlosmakelijk verbonden met zijn liefde voor de natuur, zijn fascinatie voor levende, ademende dingen.’ Het Klarinetconcerto dat Nielsen in 1928 schreef voor een bevriende muzikant, is een van de grootste werken voor dat instrument, en exemplarisch voor Nielsens late stijl. Naar zijn gevoel was de klarinet een schizofreen instrument, dat enerzijds warmzacht en lieflijk was, maar anderzijds ook hysterisch kon klinken, ‘schreeuwerig als een tram op slecht geoliede sporen’. Toen Nielsens schoonzoon, dirigent Emil Telmányi, het werk doornam, raakte hij bevangen door de bleke, spaarzame schriftuur van deze muziek. Zijn oordeel: dit is ‘muziek van andere planeten’. TJ

Edith Van Dyck soleert in het Fluitconcerto van Nielsen op zaterdag 21 november in De Roma en op zondag 22 november in deSingel. Nog op het programma: de prelude uit Lohengrin van Wagner en Romeo en Julia (selectie uit de suites) van Prokofjev. Onder leiding van Stanislav Kochanovsky.
infotickets

Categorieën:Verdieping

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s