‘Ons geluk moeten we uitstralen naar het publiek’ – Joost Maegerman

Sinds 1 juni 2015 staat Joost Maegerman in voor de dagelijkse leiding van deFilharmonie. Tijd voor een eerste kennismaking met onze nieuwe intendant en een gesprek over België en Nederland, heden en verleden, toekomstplannen en dromen.

Je hebt als professioneel muzikant bij verschillende orkesten gespeeld. Heb je ook bij deFilharmonie een voorgeschiedenis?
Jazeker, ik ken deFilharmonie al erg lang. Als kind ging ik met mijn ouders naar de concerten in de Elisabethzaal. Later ben ik contrabas gaan studeren aan het conservatorium van Antwerpen en kreeg ik de kans om als stagiair en vervanger bij deFilharmonie te spelen. Ik herinner me mijn allereerste productie met het orkest nog goed. We speelden de Symphonie fantastique onder leiding van de Britse dirigent Kenneth Montgomery en ik kwam te laat op de eerste repetitie. deFilharmonie repeteerde in die tijd nog in Zaal Elckerlyc en ik had de afstand daar naartoe schromelijk onderschat. Toen ik dus veel te laat binnenkwam, liep ik met mijn bas de zaal door. Alle ogen van het orkest waren op mij gericht, dat was best intimiderend. Uit macht der gewoonte liep ik meteen naar de rechterkant, maar tot overmaat van ramp zaten de bassen bij deze productie aan twee kanten, en moest ik eigenlijk links zitten. Om nooit te vergeten!

Hoe is je carrière verder geëvolueerd?
Mijn eerste masterjaar in Antwerpen combineerde ik met studies aan het conservatorium van Genève. Daarna heb ik nog verder gestudeerd aan de hogeschool van Zürich. In dat jaar ben ik ook begonnen als solo contrabas bij de opera van Rouen. Na passages bij het Vlaams Radio Orkest, nu Brussels Philharmonic, en Holland Symfonia ben ik dan in 2008 bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest begonnen. Met dat orkest heb ik een zeer mooie tijd beleefd. Ik heb heel wat van de wereld gezien en heb er ook met verschillende grote dirigenten samengewerkt, zoals Valéry Gergiev, Yannick Nézet-Séguin en Simon Rattle.

Magazine deFilharmoniep10

Je gaat nu aan de slag in Antwerpen. Wat zijn de grote verschillen met Rotterdam?
De grootste subsidiegever van het Rotterdams Philharmonisch Orkest is de stad en niet het Rijk. Dat brengt een heel andere dynamiek met zich mee. Orkest en stad zijn bijzonder trots op mekaar. Wat de luistercultuur betreft, zijn er niet zoveel verschillen, maar de reactie van het publiek is wel anders. In Nederland veert het publiek na elk concert bijna standaard recht, terwijl Belgen ritmisch in de maat beginnen klappen als ze het goed vinden. Ik weet nog dat mijn collega’s bij het Rotterdams Philharmonisch dat erg vreemd vonden.

‘Ik vind dat het zeer goed gaat
met deFilharmonie en dat mag
gezegd worden.’

Zou deFilharmonie in sommige opzichten wel wat Nederlandser mogen zijn?
Absoluut! Nederlanders hebben een soort grenzeloze ambitie en zijn van nature veel trotser. Daar kunnen we als deFilharmonie nog wel wat van leren: samen trots zijn op wie we zijn en wat we doen en dat ook uitdragen. Vlamingen zijn soms wat te bescheiden. Men vraagt me vaak: ‘Waar plaats je deFilharmonie in de orkestentop?’ Ik vind die vraag niet zo relevant. We zijn een fantastisch orkest en met alle kansen die nu voorliggen gaan we alleen nog maar beter worden.

De overstap van muziek naar management is niet alledaags. Hoe is dat gebeurd?
In Rotterdam werd ik voorzitter van de ondernemingsraad. In die functie maakte ik deel uit van vele denktanks en werd mij vaak om advies gevraagd. De actuele beleidsvraagstukken begonnen me steeds meer te boeien en ik ontdekte nieuwe talenten bij mezelf. Dat heeft me tot nadenken gestemd over mijn carrière. Toen deFilharmonie een intendant zocht en me contacteerde, vond ik dat een unieke kans. Ik heb heel veel zin in deze prachtige uitdaging.

Joost Maegerman-003

Als je een snelle analyse maakt van deFilharmonie: wat gaat er goed, wat kan beter?
Ik vind dat het zeer goed gaat met deFilharmonie, en dat mag gezegd worden. Het orkest speelt op hoog niveau en onze opnames worden in het buitenland opgemerkt. Ook de jarenlange samenwerking met Philippe Herreweghe maakt deFilharmonie tot een bijzonder orkest. Daar mogen we best trots op zijn. Ik denk dat deFilharmonie een ijzersterke identiteit in handen heeft en dat het orkest uitstekend speelt. Nochtans hebben we onvoldoende middelen: het orkest is onderbezet en ook het kantoor kan extra mensen gebruiken. Daar moeten we ons op een positieve manier van bewust zijn. We kunnen groeien, we hebben mooie kansen in het vooruitzicht en we moeten er volop voor gaan om deFilharmonie de best mogelijke toekomst te geven. Mijn grootste
droom is dat we een gelukkige organisatie kunnen zijn die dat geluk ook uitstraalt naar ons publiek. Met de nieuwe zaal in het verschiet is het moment gekomen om nog meer een eigen plek in te nemen in het culturele landschap. Zoiets schept veel kansen, en die moeten we met beide handen grijpen.

‘Onze nieuwe chef moet iemand zijn
die honderd procent wil gaan voor
het orkest en de nieuwe zaal.’

Edo de Waart legt dit seizoen zijn chef-dirigentschap neer. Wat is het profiel van de nieuwe chef?
Edo de Waart is de afgelopen jaren een bijzonder waardevolle chef-dirigent geweest. Met zijn enorme bagage aan kennis heeft Edo zich ten volle ingezet voor de artistieke kwaliteit van deFilharmonie en daar zijn we hem bijzonder dankbaar voor. De zoektocht naar een nieuwe chef-dirigent past in het rijtje van alle kansen die voorliggen. We hebben een chef nodig die een vlucht vooruit kan maken. Onze nieuwe chef moet iemand zijn die honderd procent wil gaan voor het orkest en de nieuwe zaal. Iemand die trots is op onze spelers en onze stad, en dat aan iedereen wil laten zien, ook in het buitenland. Een chef-dirigent kan samen met zijn orkest groeien en dat creëert een prachtige energie, maar hij mag dan ook weer niet te jong en onervaren zijn. Uiteraard blijft ook de mooie samenwerking met Philippe Herreweghe bestaan.

Laatste vraag: als je carte blanche zou krijgen, welke dirigent of solist zou bij deFilharmonie mogen langskomen?
Ik zou het natuurlijk fantastisch vinden mocht Yannick Nézet-Séguin, die intussen een goede vriend van mij geworden is, ooit naar ons orkest komen, maar het is niet makkelijk om tijd vast te krijgen in de agenda van zo’n jonge rijzende ster. Maar verder? Als ik hardop droom over werelddirigenten, dan herinner ik me Mariss Jansons als een van de grootste en meest aimabele dirigenten met wie ik ooit mocht samenwerken. Op solistenvlak is dat veel eenvoudiger. Ik heb namelijk een grote muzikale liefde en dat is Radu Lupu. En die komt dit seizoen al! Ik heb al zijn cd’s en ik vind hem echt een magisch pianist. Ik was de laatste jaren nooit vrij wanneer Lupu in België concerteerde. Maar nu komt hij dus met mijn eigen orkest spelen, hoe mooi is dat? TJ & HS

Categorieën:Interview

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s